‘Fiscaal beleid democratieën verschilt weinig van niet-democratieën’

In hun studie naar fiscaal beleid in democratieën en niet-democratieën (dictaturen), concluderen Casey B. Mulligan, Ricard Gil en Xavier Sala-i-Martin (2004) dat er historisch gezien weinig verschil bestaat tussen de twee soorten regimes qua uitgaven aan pensioenen en sociale voorzieningen (relatief aan BNP) en sociaal/economisch beleid in het algemeen.

In hun empirisch onderzoek ontdekten ze dat dictaturen en democratieën die economisch vergelijkbaar zijn, qua onder andere welvaartsniveau en verstedelijking, weinig verschillen in fiscale uitgaven. Dictaturen geven niet significant andere bedragen uit aan sociale zekerheid, onderwijs, zorg en pensioenen (relatief aan hun BNP) vergeleken met democratieën, concluderen Mulligan e.a (2004).

Een mogelijke verklaring voor dit gebrek aan verschil volgens Mulligan e.a.: in formeel democratische regimes is politieke macht niet significant gelijker verdeeld dan in dictaturen[1].

Een voetnoot hierbij: Mulligan e.a. kijken hier slechts naar de hoogtes van uitgaven en niet zozeer naar de manier waarop de fiscale budgetten worden uitgegeven. “In principe kunnen democratieën en niet-democratieën hetzelfde bedrag uitgeven aan onderwijs, sociale zekerheid of iets anders, maar enorm verschillen in hoe ze het uitgeven. Het ligt buiten het bestek van dit paper om dit te onderzoeken” (p. 59).

Casey B. Mulligan, Ricard Gil en Xavier Sala-i-Martin (2004: p.68)
Uit Casey B. Mulligan, Ricard Gil en Xavier Sala-i-Martin (2004: p.68)

Er is overigens wel één duidelijk verschil in fiscaal beleid, volgens Mulligan e.a.: militaire uitgaven liggen in dictaturen significant hoger. Nog minder verrassend; dictaturen zijn meer geneigd tot marteling, de regulering van religie en het censureren van pers.

Een ander belangrijk verschil tussen dictaturen en democratieën benoemde econoom Amartya Sen ooit in Democracy as Freedom (1999) (uit de New York Times, 1/3/2003[2]); “Geen enkele hongersnood in de geschiedenis heeft ooit plaatsgevonden in een functionerende democratie”. Omdat democratische overheden verkiezingen moeten winnen en daarom een sterke prikkel hebben om hongersnoden en andere rampen te voorkomen.


[1] “We offer an economic interpretation of these findings. As compared with the economic and social policies in authoritarian countries, democratic policies do not seem to ignore the intensity of policy preferences nor to reflect a significantly more equal distribution of political power. Economic and social policies in all kinds of countries are to a first approximation the outcome of tradeoffs-like efficiency, or conflicts among generations, or among industries and occupations-that are basic to human nature and not specific to particular political institutions.” (Casey B. Mulligan, Ricard Gil en Xavier Sala-i-Martin 2004: 71)
[2] ”No famine has ever taken place in the history of the world in a functioning democracy,” he wrote in ”Democracy as Freedom” (Anchor, 1999). This, he explained, is because democratic governments ”have to win elections and face public criticism, and have strong incentive to undertake measures to avert famines and other catastrophes.” In dit artikel van de New York Times wordt Sen’s stelling ter discussie gesteld, door te wijzen op de wijdverspreidde honger in India, een formeel democratisch land, waarop Sen antwoordt dat daar inderdaad honger bestaat, maar niet op de schaal van een hongersnood.


Meer:

  • In The Economist, een review van Walter Scheide’s boek The Great Leveller: Violence and the History of Inequality from the Stone Age to the Twenty-First Century (2017). Scheide beschrijft welke factoren gedurende de geschiedenis de verschillen tussen rijk en arm hebben kunnen verkleinen. Belangrijke factoren waren: Epidemieën, de ineenstorting van staten,  grootschalige revoluties of grote oorlogen (vooral van belang in de decennia na de Tweede Wereldoorlog). Deze factoren verklaren de sterke krimp in inkomensongelijkheid in verschillende perioden en plaatsen. Wat geen significante impact op inkomensongelijkheid lijkt te hebben: politieke hervomingen via parlementaire wegen. Uit de review van The Economist: “[A]ttempts to ease inequality democratically through redistributive policies and the empowerment of labour […] may, indeed, keep the further growth of inequality in check, but they can hardly dent the direction of change.”

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s