De Jevons Paradox: energiebesparende technologie leidt (in een markteconomie) tot méér energieconsumptie

Technologische innovaties door het bedrijfsleven vergroten energie-efficiëntie en consumenten zijn steeds milieubewuster. Zal de markt energie- en milieuproblemen zodoende kunnen oplossen?  Helaas. Econoom William Stanley Jevons zag al in 1865 dat energiebesparende technologie (in een markteconomie) leidt tot méér energieconsumptie. Empirisch onderzoek toont dat zijn Paradox nog steeds geldt. “The Jevons Paradox will always be with us”.

PSM_V11_D660_William_Stanley_Jevons
William Stanley Jevons (1835 – 1882)

De Paradox van Jevons

Een efficiënter gebruik van energie – het beter isoleren van je huis, een energiezuinigere auto – klinkt als een besparing van energie. Maar nee, energie-efficiëntie leidt juist tot hoger energiegebruik, stelde econoom William Stanley Jevons (1835 – 1882) al in 1865. Het werd de Paradox van Jevons genoemd en is in de 21e eeuw nog even relevant; hoe energie-efficiënter we worden, hoe meer energie we gaan consumeren.

Meer energie-efficiëntie = meer totale energieconsumptie.

Zo onlogisch is dat eigenlijk niet. De industrialisatie van de 18e en 19e eeuw werd mogelijk gemaakt door technologieën waardoor we efficiënter energie konden halen uit bijvoorbeeld kolen of hout, zoals de stoommachine. Daardoor zijn we uiteindelijk meer van deze brandstoffen gaan consumeren dan voorheen.

Jevons beschreef de Paradox in The Coal Question (1866):

“Het is juist de efficiëntie van het gebruik [van kool] dat leidt tot een uitgebreider gebruik. Dit was zo in het verleden, en zal zo zijn in de toekomst. Noch is het moeilijk te zien hoe deze paradox ontstaat.”

In economische taal komt de Paradox op het volgende neer: een technologische innovatie leidt tot een efficiënter gebruik van een bepaalde grondstof (zoals kool, olie of gas) waardoor de kost om deze grondstof te gebruiken voor een bepaald product (zoals vervoer) daalt. Dit veroorzaakt ook een daling in de consumentenprijs van het product (van bijvoorbeeld een kilometer vervoer in een trein, auto of vliegtuig). De prijsdaling leidt tot een vraagstijging en een hogere consumptie van het product (door de lagere prijs willen meer consumenten het product kopen). Wanneer deze consumptiestijging groter is dan de daling die optreedt dankzij de hogere efficiëntie wordt er netto meer van de grondstof geconsumeerd. In dat geval treedt de Paradox van Jevons op.

In een macro-economische vraaglijn ziet het er als volgt uit:

ElasticDemand.svg
Een elastische vraag: een 20% stijging in efficiëntie veroorzaakt een 40% stijging in vervoer (travel). Consumptie van brandstof stijgt en de Paradox van Jevons treedt op. Bron: Wikipedia

Zo moeilijk is de Paradox in dat opzicht niet. Toch ontbreekt vandaag de dag een breed besef van de Paradox, constateert milieu-econoom Blake Alcott (2005):

“Sommige ecologisch georiënteerde economen en vrijwel alle regeringen, groene politieke partijen en NGO’s geloven dat door efficiëntie-verbeteringen consumptie vermindert en negatieve milieueffecten verkleinen”.

Empirisch onderzoek toont: Paradox van Jevons nog steeds relevant

12010-200Is de paradox nog steeds relevant?

Stel je voor: momenteel lopen er een hoop CO2-neutrale voetgangers op de wereld, naast energieslurpende scooters, motoren en auto’s. Maar dan worden er ontzettend zuinige voertuigen uitgevonden die steeds goedkoper op de markt komen (segways bijvoorbeeld). Een paar auto- en motorrijders stappen hier misschien naar over in sommige gevallen (voor korte ritjes naar de supermarkt bijvoorbeeld). Maar ook zullen dankzij de lage prijs een hoop voetgangers (die voorheen de scooter of auto te duur vonden) overstappen op dit nieuwe voertuig. Het resultaat: een wereld vol voormalig CO2-neutrale voetgangers vervoert zich via energieverbruikende voertuigen. Er zal meer energie geconsumeerd worden dankzij een energiebesparende innovatie.

Het is aannemelijk, zoals Jevons schreef, dat zijn Paradox altijd zal gelden. “Dit was zo in het verleden, en zal zo zijn in de toekomst”, aldus Jevons. Maar dan zou hier ook enige empirische onderbouwing voor te vinden moeten zijn, op basis van recente economische data.

Econoom John M. Polimeni (2007) geeft de empirisch onderbouwing. Hij testte macro-economische data uit een sample van achttien Europese landen voor de periode 1980 – 2004 en vond hierin bevestiging voor de Paradox van Jevons (zie in onderstaande box uitleg van hun onderzoek). Nog steeds leidt een hogere energie-efficiëntie tot een grotere totale energieconsumptie. “The Jevons Paradox will always be with us”, concludeerde Polimeni.

In Polimeni’s boek  The Jevons Paradox and the Myth of Resource Efficiency Improvements (2008) toont Polimeni resultaten voor meer regio’s, van de VS tot Azië, en ook hieruit blijkt de Jevons Paradox nog steeds relevant te zijn.

Polimeni (2007) zet daarom vraagtekens bij het gangbare milieubeleid, van bijvoorbeeld de EU, dat erop gericht is energie-efficiëntie te vergroten in de naam van het milieu en klimaat.

Neoklassiek paradigma

Waarom heerst er nog zo’n groot vertrouwen in het nut van energie-efficiëntie onder beleidsmakers? Polimeni gaat ook op deze vraag in in zijn boek. Kort samengevat: een dominantie van een neoklassiek economisch paradigma dat vertrouwd op technologische vooruitgang en marktwerking als oplossing voor alle economische problemen en fundamentelere verandering uitsluit.

In Polimeni’s eigen (engelse) woorden, op pagina 177:

“According to the neoclassical economic paradigm, the process of becoming of humankind should be driven by the market and technological progress. By accepting this paradigm we can just keep doing what we are doing without thinking or reflecting on the consequences of our choices. We believe that reflexivity is required to deal with the Jevons Paradox and is the only way to handle the issue of sustainability. Therefore, we hope that policymakers, the scientists giving them advice and other powerful stakeholders will take heed of the Jevons Paradox. In fact, the Jevons Paradox will always be with us, no matter what new energy sources and silver bullets we come up with in the future, especially when we discover another Promethean technology.”

Kortom: men is blind voor de Jevons Paradox zodat we kunnen blijven doen wat we doen (vervuilend consumeren en produceren) zonder na te hoeven denken over fundamentelere veranderingen.

Mijn toevoeging: de enige wegen richting een milieuvriendelijkere economie zijn de wegen waarin de overheid sterk ingrijpt in de markt, via een flinke belasting op fossiele brandstoffen of een effectief cap-and-trade systeem. Zo’n overheidsingrijpen is ook vanuit het neoklassiek economisch paradigma uit te leggen en te legitimeren. Maar vanwege dogma’s die heersen onder beleidsmakers en de invloed van commerciële belangen in de politiek ontbreekt de politieke wil voor effectieve (maar ingrijpende) oplossingen en houd men vast aan een naïef optimisme over marktwerking en technologische ontwikkeling.

Energie-ineffiëntie als energiebesparing

De Paradox werkt dan ook de andere kant op in principe: zou het in stand houden van ineffiënte technologieën de energieconsumptie verminderen? Econoom Harold Hotelling (1885 – 1973) suggereerde zoiets in een paper uit 1931. Op pagina 137:

“De methode die normaliter wordt voorgesteld om de grootschalige verwoesting van onvervangbare natuurlijke hulpbronnen te stoppen, of van bronnen die slechts met moeite en veel tijd vervangen worden, is een verbod op productie op bepaalde tijden in bepaalde regio’s, of het belemmeren van productie door erop aan te dringen dat verouderde en inefficiënte methodes worden voortgezet” – Harold Hotelling (1931)[1]

Polimeni’s onderzoek

Meer over Polimeni’s onderzoek (zie paper uit 2007). De hypothese van de Jevons Paradox is: een hogere energie-efficiëntie leidt tot meer energieconsumptie.

Voor energie-efficiëntie gebruikte Polimeni de nationale ‘energy intensity‘ als index, gemeten als ‘eenheden energie’ per ‘eenheden BNP’. Een lagere ‘energy intensity’ duidt dus op een hogere efficiëntie: een land kan dan immers met minder energie meer economische waarde creëren.

De uitdaging hierbij is dat er zoveel factoren zijn die energieconsumptie vergroten: bevolkingsgroei, economische groei, verstedelijking, etcetera. Polimeni gebruikte daarom diverse controlevariabelen.

Met energieconsumptie als afhankelijke variabele, energie-efficiëntie als onafhankelijke variabele draaide Polimeni verschillende regressies met verschillende controle-variabelen. Één van de gebruikte modellen zag er als volgt uit:

Screen Shot 2016-04-25 at 1.55.31 PM

Uit de in totaal negen verschillende modellen bleek energie-efficiëntie keer op keer een significant positief effect op energieconsumptie te hebben. Hun conclusie:

“[B]eleidsmakers, wetenschappers, economen en vele anderen beweren dat nieuwe technologische innovaties, zoals energie-efficiënte apparaten, de energieproblemen die kunnen ontstaan zullen verminderen of oplossen. Echter, deze paper toont middels een empirische analyse dat op macro-niveau de Jevons’ Paradox mogelijk bestaat in de achttien landen van de Europese Unie.”

______________________________
[1] Harold Hotelling. “The Economics of Exhaustible Resources”. The Journal of Political Economy, Volume 39, Issue 2 (Apr., 1931), 137-175.

Meer:

Advertenties

4 thoughts on “De Jevons Paradox: energiebesparende technologie leidt (in een markteconomie) tot méér energieconsumptie”

  1. Alexander, een belangrijke kanttekening lijkt me wel dat die paradox alleen opgaat als die energiebesparingen leiden tot lagere kosten. Dus als die energiebesparingen gedreven worden door steeds hogere belastingen, en die belastingen vervolgens worden geïnvesteerd in de ontwikkeling van nog meer energiebesparende technieken, lijkt het me dat je juist het omgekeerde bereikt van die paradox: steeds meer energiebesparingen leiden dan tot een steeds lager energiegebruik.

    1. Nee dus, geld dat bij de overheid beland wordt inefficiënt toegepast in vergelijking met zelfstandigen en bedrijfsleven. Anders gezegd, veel belasting is weggegooid geld.

    2. Beste Anton, in principe zouden de milieubelastingen OP ZICHZELF inderdaad een consumptiedaling tot gevolg hebben (een pigouviaanse belasting). Maar de investering in energiebesparende technieken zou mogelijk WEL indirect, via een hogere energie-efficientie, een energiestijging tot gevolg kunnen hebben, want de Paradox. Wat dan het netto effect is, tja, dat hangt af van elke situatie. Stel: energieconsumptie van huishoudens wordt belast, en vermindert die consumptie. Vervolgens worden deze belastingopbrengsten voor 100% besteed aan een subsidie op zonnepanelen voor huishoudens. Die huishoudens besparen daardoor zoveel energiekosten, dat ze weer geld overhouden voor extra vliegvakanties en meer gaan vliegen. Mogelijk stijgt de totale energieconsumptie dan juist uiteindelijk. Wie weet. Het punt van de Jevons Paradox is vooral: zo vanzelfsprekend is een consumptiedaling niet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s