‘Marxistische economie omvat inzichten van Keynesianen én neoliberalen’

Marx was in zijn politieke opvatting radicaal-links, maar zat in zijn economische analyse tussen Keynes en de neoliberalen, aldus de marxistisch econoom David Laibman. In dit artikel, aandacht voor een marxistisch perspectief op economische crises.

Er zijn sinds de financiële en economische crises van 2008 ontzettend veel verklaringen voor gegeven. FED baas Alan Greenspan zei dat er een flaw zat in één van zijn economische modellen, Joris Luyendijk wijst naar de perverse prikkels in de financiële sector, de Australische econoom Steve Keen en Nederlandse econoom Dirk Bezemer wijzen op de hoge schuldenberg en Robert Reich legde uit dat inkomensongelijkheid en het gebrek aan voldoende consumptie de wortel van het kwaad is in de documentaire “Inequality for All” (zie youtube).

Inequality for All, 2014 (6:40)
Uit: Inequality for All, 2014 (youtube, 6:40). De inkomensongelijkheid in de VS was in 1928, vlak voor de Grote Depressie, vergelijkbaar met de inkomensongelijkheid in 2007, vlak voor de crisis van 2008.

Ondertussen wordt de marxistische economie, en haar uitleg van de crisis, vrijwel volledig genegeerd door zowel de media als de economiefaculteiten. Mijn vermoeden is dat deze uitsluiting eerder voortkomt uit politieke taboes dan wetenschappelijke argumenten – de associatie van het m-woord met radicaal-linkse systeemkritiek. Karl Marx schreef immers naast analyses van het kapitalisme ook anti-kapitalistische pamfletten voor het communisme.

Jammer, want het is een al 1,5 eeuw bloeiende tak van economische analyses en mogelijk erg waardevol voor ons begrip van economische crises. Want uiteindelijk was het boek Das Kapital van Marx vooral dat: een analyse van het kapitalisme, niet een pamflet voor of blauwdruk van het communisme.

Ik zeg ‘mogelijk erg waardevol’, want keihard, onbetwist bewijs voor marxistische theorieën ben ik nog niet tegengekomen (maar ik ben dan ook geen expert). Hoewel er empirische data wordt gepresenteerd als bewijs voor de marxistische economie, worden deze cijfers ook weer betwist, vaak binnen de marxistische economie zelf (want, nogmaals, daarbuiten worden ze vrijwel volledig genegeerd). Ook de marxistische theorie wordt betwist en wel eens beticht van een gebrek aan interne consistentie.

Maar of de marxistische economie op basis van deze wetenschappelijke redenen wordt uitgesloten is te betwijfelen, want om dezelfde redenen zouden de ‘mainstream’ (neoklassieke) scholen uitgesloten kunnen worden. Hun empirische data en theorieën worden immers ook continu ter discussie gesteld. Denk aan de aannames van rationaliteit in economische beslissingen, de homo economicus en de efficiëntie van marktwerking die sterk ter discussie staan, vooral sinds de economische crisis. Tot dusver nog geen reden om alle neoklassieke economische wetenschap volledig overboord te gooien! En terecht.

Kortom, de uitsluiting van de marxistische economie lijkt eerder politiek gemotiveerd dan wetenschappelijk.

Marx: politiek radicaal-links, economisch in het midden

In het politieke spectrum ligt Marx natuurlijk radicaal-links, want bepleitte de afschaffing van het kapitalisme. Maar waar ligt zijn economische analyse in het economische spectrum?

In het midden, zegt een vooraanstaande marxistische econoom, David Laibman: tussen de Keynesianen en de neoliberale supply side economen (zijn lezing hier, vanaf minuut 31:40).

Keynesianen benadrukken het belang van voldoende consumptie voor economische groei en werkgelegenheid, voldoende effectieve vraag, en focussen dus op de demand side van de economie. De Keynesiaanse recepten om uit de crisis te komen zijn erop gericht de consumptie te stimuleren. Bijvoorbeeld door de overheidsuitgaven te vergroten en te investeren in infrastructuur. Veel Keynesianen pleiten daarnaast voor een nivelleringspolitiek om inkomens te herverdelen naar degenen die het uitgeven: de lagere inkomensklassen. Een miljardair gaat immers niet overbodig veel auto’s of villa’s kopen, en consumeren een relatief laag percentage van hun inkomen vergeleken met lagere inkomensklassen. Voor de allerarmsten is sparen een luxe. Kortom, als een groot deel van het inkomen in handen is van de rijksten, gaat een kleiner percentage van het totale inkomen naar consumptie. Nivellering verschuift inkomen naar degenen die het uit zullen geven. Econoom Ewald Engelen zei op een vakbondsbijeenkomst van FNV dat de redding van Nederland bij de vakbeweging ligt, omdat hogere lonen de consumptie en de economie gaan redden. Dat is een Keynesiaans geluid.

Nivellering, hogere lonen en stijgende overheidsuitgaven → Meer consumptie → meer afzet → meer productie → meer werkgelegenheid → meer consumptie

Nee, zeggen de supply side economen. Niet iedereen is dan blij zeggen de neoliberalen, met de boeken van de supply-side economen in hun hand. Een crisis is het gevolg van slechte concurrentieposities van bedrijven, omdat lonen te hoog zijn, arbeidsmarkten te rigide en belastingen op het bedrijfsleven te hoog. In zo’n klimaat gaan bedrijven niet investeren, want investeringen zijn niet lucratief genoeg. Dat is het probleem dat opgelost moet worden. Je moet de winstgevendheid van bedrijven boosten, en die gaat juist achteruit bij een Keynesiaans beleid van hogere lonen en nivellerende belastingen. Griekenland (om een actueel voorbeeld te nemen) moet hun arbeidsmarkt liberaliseren en lonen verlagen, zodat investeringen weer beloond worden met gezonde winsten. Dan komen de banen terug en daalt de werkloosheid. Het beleid van de Troika richting Griekenland, dat is typische supply-side economie. De oplossing ligt niet bij de consumptie (demand), maar bij de productie (supply).

Liberaliseer de arbeidsmarkt, verlaag de lasten van bedrijven → concurrentieposities verbeteren → stijging van investeringen en productie → stijging van werkgelegenheid en consumptie

Marxisten zeggen: jullie hebben allebei gelijk, de waarheid ligt in het midden, aldus David Laibman. Want enerzijds moeten de winstmarges (de winstvoet) niet te laag zijn, want het kapitalisme draait op winsten – zonder gezonde winsten geen investeringen, en zonder investeringen ontstaan economische crises. Anderzijds moet de winst wel gerealiseerd kunnen worden en dat kan alleen als bedrijven hun producten kunnen verkopen, waarvoor voldoende consumptie nodig is, waarvoor huishoudens voldoende koopkracht moeten bezitten. Ergo, als de winstquote, het deel van het totale inkomen dat als winsten verdiend wordt, te hoog is, blijft er onvoldoende inkomen over voor de huishoudens die hun inkomen consumeren. Oftewel, het belang van een gezonde effectieve vraag wordt door marxisten niet ontkend.

Wat dat betreft is er gelijkenis met zowel supply-side economie als Keynesianisme. Marxisten staan hiermee in feite tussen Keynesianen en de neoliberale supply-side economen in, wat betreft hun economische analyse, volgens David Laibman. Ze erkennen beide risico’s in het kapitalisme; het risico van een te lage winstgevendheid bij te hoge lonen en het risico van een te lage effectieve vraag bij te lage lonen. Zie de wiskundige uitleg van Laibman’s argument hier, vanaf minuut 31:40.

That’s it?

Nee, dat is niet alles. Marxistische economie onderscheidt zich onder andere van de supply-side economie en Keynesianisme door erop te wijzen dat er situaties mogelijk zijn waarin de recepten van beiden niet zullen werken, omdat de winstgevendheid van bedrijven op geen enkele manier te herstellen is. Noch een stijging van de effectieve vraag, nog een stijging van de winstvoet, kan de economie dan uit een crisis halen, aldus Laibman.

Wat blijkt; de marxistische economie heeft een totaal eigenzinnige verklaring voor economische crises.

TRPF

Het is een theorie die Marx beschreef in deel drie van Das Kapital en waarover al 1,5 eeuw discussie is over of die klopt of niet (vooral binnen de marxistische economie zelf). De theorie is ontkracht, bewezen, genuanceerd, opnieuw geformuleerd en de discussie duurt nog voort tot de dag van vandaag.

Het is de tendency of the rate of profit to fall  (TRPF), de tendens van de dalende winstvoet, waarin de verklaring voor economische crises zou liggen.

Dat betekent dat over de lange termijn, gedurende de totale levensloop van het kapitalisme, de gemiddelde winstmarges van bedrijven dalen. De reden hiervoor ligt in ontwikkelingen in de productiekant van de economie:

Bedrijven investeren normaliter in kapitaal om efficiënter en goedkoper te kunnen produceren dan hun concurrenten, met meer machines en minder arbeid. In de dagelijkse competitie van de markt zien alle bedrijven zich genoodzaakt dit te doen, om hun concurrentiepositie te beschermen.  Op de lange termijn stijgt dan de verhouding tussen kapitaal en arbeid in bedrijven (meer machines, minder arbeiders). Maar zo schieten ze zichzelf in de voet, want hierdoor dalen de winstmarges voor iedereen. In de theorie van Marx (de labour theory of value oftewel de arbeidswaardetheorie) komen winsten alleen voort uit de exploitatie van arbeid en niet uit kapitaal. Een stijgende kapitaal/arbeid verhouding in de productie verlaagt dan de gemiddelde winstmarge.

Cijfers van economen als Carchedi & Roberts (zie ook de blog van Roberts) zouden tonen dat die winstmarge in de twintigste eeuw inderdaad is gedaald (hoewel dit soort bewijs sterk ter discussie staat, ook in de marxistische economie zelf).

De eerste grafiek, een marxistische maat van de winstvoet, laat zien dat de winstvoet in de VS inderdaad is gedaald sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog (de blauwe lijn gebaseerd op current costs van kapitaal, de rode lijn gebaseerd op historical costs van kapitaal). Oftewel, er is inderdaad een lange termijn daling in de winstvoet, wat helemaal overeenkomt met de TRPF theorie.

De tweede grafiek laat zien dat er een negatieve relatie is tussen de winstvoet en de verhouding tussen kapitaal en arbeid in de productie, wat helemaal overeenkomt met de TRPF theorie (de rode lijn laat de verhouding tussen kapitaal en arbeid zien oftewel de organic composition of capital, de roze lijn toont de winstvoet). De winst daalt in periodes dat de kapitaal/arbeid verhouding stijgt, en vice versa.

Roberts
Uit Roberts 2011

Uiteindelijk leidt de TRPF tot economische crises in het kapitalisme, omdat winst het fundament van het systeem is. Zonder gezonde winstmarges, geen investeringen, zonder investeringen, geen groei, zonder groei, economische crises, hoge werkloosheid, en sociale ellende. Wat marxistische economen als Robert, Carchedi of Andrew Kliman stellen is dat de oorzaak van verschillende crises in een dalende wintvoet te vinden is; een dalende winstvoet leidt tot lagere investeringen, leidt tot werkloosheid en crisis. Het fundamentele probleem ligt, aldus Roberts, bij de winstvoet, niet de consumptie, zoals Keynesianen stellen.

De TRPF theorie stelt overigens niet dat de gemiddelde winstvoet in een nette rechte lijn daalt over de eeuwen. Het is een lange termijn trend, maar de échte winstvoet kan in de realiteit van de trend afwijken door verschillende redenen (de counter-tendencies in marxistisch jargon). In sommige periodes kan de winstvoet omhoog gestuwd worden, door bijvoorbeeld nieuwe technologische innovaties waardoor tijdelijk grote winsten te behalen zijn door de pioniers – totdat concurrentie deze winsten weer verlaagt. Of de winstvoet stijgt door een neoliberaal beleid van privatiseringen en loonmatiging en toenemende financiële speculatie (zoals sinds de jaren tachtig in Westerse economieën) – totdat de loonmatiging tegen politieke grenzen aanloopt en speculatieve zeepbellen knappen.

Het resultaat is een boom-bust-boom cyclus zoals we die zien in onze economieën – periodes van crises en groei volgen elkaar op. De TRPF zegt slechts dat de tendens van een dalende winstvoet er altijd is, en dus het risico op economische crises ook.

crisis
Uit Roberts 2012

Banken

En waar zijn banken dan in dit hele verhaal? Begon de economische crisis niet door een bankencrisis in 2008? Lehman brothers, ABN, Icesave, etcetera – grote banken die in de problemen kwamen en gered werden door overheden.

De financiële crisis was het symptoom, zeggen Carchedi & Robert, van een voedingsbodem die gecreëerd werd door de TRPF (de dalende winstvoet). De kredietcrisis was eerder de katalysator dan de aansteker.

“It is common opinion that financial crises are the cause of the crises in the ‘real’ economy simply because the former seem to precede the latter. However, while the ARP [average rate of profit] in the productive sectors began its long descent right after WWII, the first financial (stock market) crisis erupted only in 1973-74. If falling profitability in the productive sectors preceded the emergence of the first financial crash by a quarter of a century, the former must have been the breeding ground of the latter. From that point on, financial crises have become a recurrent feature of the economic landscape. In spite of the different triggers, their recurrence shows that there must be a common cause. This is the constantly deteriorating profitability in the productive sectors.” – Carchedi, 2012 (14:00)

Financiële speculatie was volgens hun versie van onze economische geschiedenis een reactie op een dalende winstvoet. Zoals de marxistische econoom Andrew Kliman zegt, (zie deel 1, deel 2 en deel 3 van zijn presentatie), kan de opbouw van schulden de winstvoet een periode kunstmatig hoog houden. Banken zorgen hiervoor door bijvoorbeeld subprime hypotheken te verstrekken en speculatieve zeepbellen in de huizenmarkt te creëren. Maar dit kan een crisis slechts uitstellen, niet voorkomen. Zeepbellen knappen, en onderliggende zwaktes van de economie komen uiteindelijk naar boven.

Kliman
Uit Kliman 2010. Een stijgende schuldopbouw in de Amerikaanse economie, vanaf circa 1980, vooral door hypotheekschulden maar ook in nonfinancial businesses

Zie ook Dirk Bezemer’s analyse van de groei van de financiële sector, of die van de Griekse marxistische-keynesiaanse econoom (en Syriza-lid) Costas Lapavitsas. Beiden wijzen erop dat banken zich sinds de jaren tachtig steeds meer zijn gaan richten op huishoudens als klanten in plaats van het bedrijfsleven, vanwege een zwakke vraag vanuit bedrijven naar krediet voor bedrijfsinvesteringen. Banken konden hun nodige investeringen steeds vaker prima vanuit hun eigen winsten financieren, aldus Lapavitsas. Een stijgend percentage van bankleningen ging naar huishoudens (hypotheken) in plaats van de ‘productieve economie’. De cijfers hierover:

Zie in deze grafiek van Lapavitsas dat het percentage van bankleningen in de VS dat naar het bedrijfsleven ging (de roze lijn van C&I, oftewel commercial & industrial loans) daalde terwijl het percentage dat naar huishoudens ging (de donkerblauwe lijn van household mortgages) enorm steeg.

Uit Lapavitsas
Uit Lapavitsas 2014.

En vergelijkbare cijfers voor Nederland, van Bezemer:

Bezemer
Uit Bezemer 2013, Debt episode 2: how bubbles grow (3:08)

Zie in de grafiek hieronder van Lapavitsas dat sinds de jaren tachtig een groeiend percentage van de totale winsten in de VS door de financiële sector gemaakt werd in plaats van de reële economie. Winsten van banken die dus voor een steeds groter deel op huishoudelijke schulden gebaseerd waren – een huizenzeepbel – en niet op investeringen en winstgevendheid in de ‘reële economie’.

Screen Shot 2015-07-15 at 3.27.33 AM
Uit Lapavitsas 2014

Het was een kunstmatige winstgevendheid door financiële speculatie die de crisis uitstelde, en de financiële crisis bracht daar een einde aan. Maar de onderliggende oorzaak was de TRPF, aldus Robert & Carchedi – een winstvoet die al decennia, sinds WWII, dalende was.

Een marxistisch recept?

Wat is het marxistische recept om uit de crisis te komen? Socialisme is vaak een ideologische wens, maar marxistische economen bespreken ook wat er theoretisch mogelijk is als oplossing voor de crisis binnen het bestaande kapitalisme.

Daarover is geen duidelijke consensus onder marxistische economen, want onderling is er discussie over de echte oorzaak van crises en zijn er verschillende interpretaties van het werk van Marx. Er zijn marxisten die ontkennen dat de tendency of the rate of profit to fall nog relevant is, en wijzen op het werk van Nobuo Okoshio en Okishio’s theorem waarmee deze tendens al wiskundig ontkracht zou zijn (David Laibman). Andere marxistische economen zeggen dat Okishio’s theorem de TRPF theorie niet ontkracht heeft en stellen dat deze theorie ook huidige crises verklaart (Roberts, Carchedi, Kliman). Sommige marxistische economen benadrukken dat elke crisis zo haar eigen oorzaken heeft en er niet één oorzaak zoals de TRPF ten grondslag ligt aan alle crises (David Harvey).

In hun oplossingen verschillen economen dan ook onderling. Er zijn marxistische economen die pleiten voor een Keynesiaanse politiek en stellen dat dit ook de crisis van de jaren 30 oploste (Richard Wolff, nog niet eerder genoemd maar een rijzende ster in de publieke opinie van de VS, maar ook de marxistisch/keynesiaanse economen van de Griekse Syriza-regering zoals Yanis Varoufakis).

Het zijn de meer ‘orthodoxe’ marxistische economen (zoals Roberts, Carchedi of Kliman soms gezien worden in marxistische kringen) die stellen dat het Keynesiaanse beleid de winstgevendheid zou schaden en de economische crisis niet structureel oplost – hoewel ze een Keynesiaans pro-arbeid beleid van nivellering, hogere lonen en minder bezuinigingen om politieke en morele redenen wel steunen.

Carchedi
Carchedi 2012 (21:03)

Dat is opvallend, want ‘links’ staat meestal vooraan, met de boeken van econoom Keynes in de hand, om te betogen dat nivellering en overheidsinvestering niet alleen moreel rechtvaardig is maar ook economisch verstandig. Niet deze marxisten. Hoewel ze een Keynesiaans beleid moreel rechtvaardigen, betwisten ze de positieve effecten op de economie [1]. Roberts concludeert op basis van OECD en IMF rapporten:

“Austerity has not worked in restoring trend economic growth, although it has not made things much worse either. The problem is that cutting wage costs and holding back on government investment and spending has not sufficiently restored profitability and reduced debt to allow a significant rise in new investment. But the alternative policy of Keynesian-type government spending might have helped labour a little, but it would not have boosted investment and growth either, as it would have lowered profitability.”

Het zijn ook de ‘orthodoxe’ marxisten die stellen dat een economisch herstel pas mogelijk is na een vernietiging van kapitaal. Zoals Andrew Kliman stelt in deel 1 en 2 van zijn presentatie. Wat de Grote Depressie van de jaren dertig beëindigde was geen Keynesiaans beleid. Het waren niet de overheidsuitgaven die de crisis beëindigden. Nee, het was een destructie van kapitaal, dankzij de Grote Depressie én de Tweede Wereldoorlog, die de winstgevendheid herstelde en de sterke economische groei van de jaren 50/60 mogelijk maakte, aldus Kliman.

Die destructie van kapitaal was niet persé een fysieke vernietiging van kapitaal door de oorlog, zegt Kliman. Het gebeurde ook via een daling van de marktwaarde van bestaand kapitaal door de Grote Depressie. In een grote crisis gaat immers alles, inclusief kapitaal, in de uitverkoop. Als een failliet bedrijf dan voor een lage prijs wordt opgekocht dan is de marktwaarde van haar kapitaal gedaald en daardoor deels ‘vernietigd’. De investeerder die het bedrijf, het kapitaal, voor de gedaalde prijs opkoopt, zal een hogere winstmarge hebben dankzij die gedaalde prijs, want de winstmarge is winst gedeeld door investering.

Bovendien kunnen in een stevige crisis een hoop schulden worden afgeschreven via faillissementen en liquidaties. Dat is ook goed voor de winstvoet, want die grote schuldenberg van vandaag is niet alleen een grote kostenpost voor huishoudens die zich in te hoge hypotheekschulden hebben gestoken, maar ook voor het bedrijfsleven.

Maar zover zijn we nog niet, want uit de cijfers van Roberts blijkt dat de bedrijfswinsten nog te laag zijn voor een nieuwe periode van groei in de wereldwijde economie.

Roberts 2015
Uit Roberts 2015: Een gemiddelde groei van winsten op basis van de VS, VK, Duitsland, Japan en China. In de 5 jaren voor de crisis groeiden de totale winsten met 14%, in de jaren 2011-14 maar met 4,9%.

Roberts vindt bevestiging in het pessimistische vooruitzicht over de wereldeconomie van een OECD rapport uit juni 2015: “The world economy is muddling through with a B-minus average, but if homework is not done . . . a failing grade is all too possible”.

Hoe ontstaat die nodige kapitaalvernietiging dan? “Another recession may do the trick”, aldus Roberts. Het is een somber vooruitzicht: er is een nieuwe crisis nodig om écht uit de crisis te komen.


 

Voetnoten:

[1] De marxistisch econooom Ernest Mandel schreef in Introduction to Marxist Economic Theory (1967) in feite hetzelfde; dat een nivellerend beleid niet samengaat met het stimuleren van economische groei. Op de laatste pagina: “unless you are out to deceive people, you cannot sermonize for a more rapid economic expansion, which under capitalism implies an increase in private investments; and simultaneously demand a redistribution of the national income in favor of the wage earner. In the framework of the capitalist system, these two objectives are absolutely incompatible, at least for the short and middle range period.” Zie dit boek hier online.

Advertenties

1 thought on “‘Marxistische economie omvat inzichten van Keynesianen én neoliberalen’”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s