Waarom onze economieën (helaas) groei nodig hebben. Lessen van vroegere economen.

Dat voortdurende economische groei op een eindige planeet niet duurzaam is lijkt inmiddels een breed besef.  Maar de vraag waarom ons economisch systeem groei nodig heeft wordt zelden besproken. Hieronder een antwoord, door economen van vroeger.

heilbroner
Econoom Robert L. Heilbroner (1919 – 2005) in 1974. (Photo: Waring Abbott/Getty Images)

Waarom heeft de economie groei nodig?

Een gebrek aan economische groei leidt niet alleen tot paniek in de samenleving, maar ook tot zichtbare problemen in de reële economie; stijgende werkloosheid, lagere bestedingen en uiteindelijk economische krimp. Stilstand lijkt een voedingsbodem voor achteruitgang, niet alleen voor het bedrijfsleven maar ook voor normale mensen die werkloos raken en in een grotere economische onzekerheid belanden.

Het is een opmerkelijke eigenschap van ons marktkapitalisme. Wat zit daar achter?

Het is een vraag die stapsgewijs te beantwoorden is met een blik op de geschiedenis van onze economie en de geschiedenis van de economische wetenschap.

In het boek The Worldy Philosophers (1953) vatte de econoom Robert L. Heilbroner (1919 – 2005) de geschiedenis van het economisch denken samen. Heilbroner beschrijft hierin de levens van de economen, hun economische inzichten en ideeën en plaatst het allemaal in de historische context. Op een briljante manier legt hij de inzichten in fundamentele economische vraagstukken van verschillende economen uit verschillende tijden naast elkaar. Dit artikel put voornamelijk uit dit boek.

Hier volgt een korte blik vooruit op de inhoud van de 5 paragrafen van dit artikel:

  1. Thomas Malthus (1766 – 1834) vermoedde dat problemen ontstaan wanneer men te veel spaart. Onzin, zei David Ricardo (1772 – 1823), want spaargelden worden normaliter geïnvesteerd en daarom ook uitgegeven.
  2. De tijd van Keynes (1883 – 1956) en De Grote Depressie leverde enige bevestiging voor Malthus.
  3. Economische groei is een voorwaarde voor het terugstromen van spaargelden als (uitbreidings)investeringen in de economie
  4. Wat voegt dit allemaal toe aan ons begrip van recentere ontwikkelingen (huizenzeepbellen en de kredietcrisis van 2008)?
  5. Dilemma’s voor (milieubewust) links; voortdurende economische groei is destructief op de lange termijn maar een gebrek eraan creëert recessies, depressies en werkloosheid.

1. De risico’s van (niet geïnvesteerde) spaaroverschotten

Kan de economie in de problemen komen doordat mensen te veel sparen? Dit vraagstuk werd de afgelopen eeuwen door verschillende economen besproken, vertelt Heilbroner.

Het was volgens Heilbroner de econoom Thomas Malthus (1766 – 1834) die het probleem als eerste aankaartte; wanneer te veel mensen te veel sparen worden niet alle geproduceerde goederen en diensten verkocht. Dit kan in een paar denkstappen worden begrepen.

Ga er even vanuit dat al het inkomen van mensen wordt verdiend via de productie van goederen en diensten. De waarde van de totale nationale productie is dan hetzelfde als het nationaal inkomen:

nationaal inkomen = nationale productie

Wanneer iedereen zijn/haar volledige inkomen besteed aan de consumptie van goederen en diensten dan wordt de volledige nationale productie verkocht. In dat geval:

nationaal inkomen = totale bestedingen = nationale productie

Maar mensen geven niet 100% van hun inkomen uit. Mensen sparen een deel. In dat geval stroomt een deel van het totale inkomen niet terug in de economische kringloop; niet alle geproduceerde goederen ook verkocht kunnen worden. De totale consumptie is in dat geval kleiner dan de totale productie:

totale bestedingen < nationale productie

Bedrijven blijven in dat geval met overschotten aan producten zitten die niet verkocht worden, waardoor ze hun productie zullen terugschroeven en mensen ontslaan. Dit leidt vervolgens tot recessies en werkloosheid (zie ook hier een toegankelijke uitleg van de economische kringloop en het probleem van spaaroverschotten).

Malthus kaartte het probleem aan maar zijn argumentatie bleek niet waterdicht, legt Heilbroner uit.

“Dat bracht Malthus in verlegenheid. Evenals Ricardo was ook hij overtuigd dat sparen uitgeven was – uitgeven voor industriële doeleinden dan altijd. En toch…er moest iets zitten in dat idee van hem – als hij het maar nauwgezet wist aan te duiden.” – Robert L. Heilbroner

Econoom David Ricardo (1772 – 1823), tijdgenoot en goede vriend van Malthus, wist het eenvoudig te weerleggen. Spaargelden, zei Ricardo, worden over het algemeen gebruikt voor nieuwe investeringen in bedrijven – om nieuwe machines te kopen bijvoorbeeld – en spaargelden stromen zodoende wel terug in de economische kringloop.

Het debat leek gewonnen door Ricardo.

In de woorden van Heilbroner zelf, op pagina 92 (het taalgebruik is wat oubollig omdat het een wat oude vertaling is [1]):

“[Mathus] maakte zich zorgen over wat hij de ‘Algemene Verzadiging’ noemde: een toevloed van waren, waarvoor geen kopers te vinden zouden zijn. Dat is niets nieuws voor ons, die ons leven lang getobd hebben over depressies en crises. Maar Ricardo vond het idee de grootste dwaasheid. De Engelse handel had weleens gestagneerd, maar daarvoor waren dan altijd aanwijsbare oorzaken geweest: een bank-kracht, of een onverantwoordelijke speculatie, of een oorlog. Bovendien, en dat was voor het mathematisch verstand van Ricardo veel belangrijker, kon de onmogelijkheid logisch worden aangetoond. Dus was het uitgesloten, dat het ooit zou gebeuren.
Ricardo’s bewijs was ontdekt door een jonge Fransman genaamd J. B. Say. Say ging uit van twee zeer eenvoudige stellingen. Ten eerste was hij overtuigd, dat het verlangen naar goederen onbegrensd was […]. En niet alleen was deze behoefte onbeperkt, zo meenden Say en Ricardo, maar de mogelijkheid hen te kopen was eveneens verzekerd. Want alles, wat geproduceerd wordt, kost iets en die kostprijs was iemands inkomen. Of die kosten nu bestonden uit lonen, pacht of winst en wat ook de prijs mocht zijn van een artikel, iemand moest het geld bezitten, om het te kopen. Hoe kon dan ooit een algemene verzadiging ontstaan? De goederen waren er, de vraag ernaar bestond en de inkomens om het te kopen waren ook aanwezig. Er moest heel wat gebeuren, wanneer de markt niet vanzelf de klanten aantrok, die er nodig waren om haar leeg te kopen.
Maar hoewel Ricardo deze redenering als een evidente waarheid aanvaardde, dacht Malthus er anders over. […] Zou het niet eens kunnen gebeuren, scheef hij, dat door het sparen de vraag naar goederen kleiner werd dan de toevoer.
Weer zeggen wij, mensen van de moderne tijd: dat was een zeer vruchtbare gedachte, die zeker nader onderzoek waard was. Maar Ricardo verklaarde, kort en goed, dat dit onzin was. ‘De Heer Malthus schijnt altijd weer te vergeten, dat sparen evenzeer een vorm van uitgeven is, als wat hij met het woord ‘uitgeven’ bedoelt’ schrijft Ricardo in een critische notitie. Hij bedoelde, dat hij zich niet kon voostellen, dat een man zich druk zou maken met het oppotten van geld, behalve om het weer te gebruiken voor investering in de industrie en zo weer groter winst te maken.
Dat bracht Malthus in verlegenheid. Evenals Ricardo was ook hij overtuigd dat sparen uitgeven was – uitgeven voor industriële doeleinden dan altijd. En toch…er moest iets zitten in dat idee van hem – als hij het maar nauwgezet wist aan te duiden. Dat heeft hij echter nooit kans toe gezien.”

Ricardo leek het debat te hebben gewonnen, met de argumenten van Say als belangrijke munitie. Spaargelden worden geïnvesteerd en stromen dus wél terug in de economie. Malthus kon niet overtuigend uitleggen waarom dit niet altijd zou gebeuren.

Maar de realiteit van een eeuw later zou Malthus’ argument meer empirische onderbouwing leveren.

2. De Grote Depressie & Keynes 

Heilbroner stelt dat er nog een hoop industriële ontwikkeling en tijd moest verstrijken voordat de voorzichtige argumenten van Malthus scherper geformuleerd konden worden. Tijdens de Grote Depressie van de jaren dertig werden de waarschuwingen van Malthus over spaaroverschotten (oftewel, investeringstekorten) erg relevant.

Het verschil met het tijdperk van Malthus en Ricardo (18e/19e eeuw) was dat sparen inmiddels niet meer een luxe was, alleen te veroorloven door een kapitalistische elite die hun eigen spaargelden inderdaad meestal weer investeerden in hun eigen bedrijven, aldus Heilbroner. Door economische groei was een steeds groter deel van de bevolking in staat om een deel van hun inkomen te sparen, waardoor de rol van spaartegoeden in de economie veranderde.

Het risico hiervan, door Malthus al eerder vermoed, werd realiteit en erkend als oorzaak van de Grote Depressie door econoom John Maynard Keynes (1883 – 1946) . Een groot deel van de spaartegoeden werd niet geïnvesteerd en stroomde niet terug in de economie. De spaargelden overtroffen het aantal investeringen:

S > I.

Omdat een deel van het gespaarde inkomen niet terugstroomde in de economie, werden niet alle geproduceerde consumptie- en kapitaalgoederen verkocht. Bedrijven bleven daardoor met overschotten zitten. Ze verlaagden hun productie en ontsloegen werknemers waardoor de bestedingen nog verder daalden. Er ontstond een Keynesiaanse spiraal naar beneden met de Grote Depressie als gevolg.

In de woorden van Heilbroner, op pagina 233:

“[O]mstreeks het begin van de negentiende eeuw waren de mensen die spaarden dezelfden die hun gespaarde geld gebruikten. In de harde wereld van Ricardo en Mill kon vrijwel niemand zich veroorloven iets opzij te leggen behalve de grootgrondbezitters en de kapitalisten, en al het geld, dat zij bij elkaar wisten te krijgen werd meteen weer winstgevend belegd door aankoop van land of het uitbreiden van fabrieken. Terecht werd sparen in die tijd aangeduid als ‘bezitsvermeerdering’, want het was een medaille met twee zijden: aan de ene kant het bijeenbrengen van een zekere som geld, aan de andere zijde het onmiddellijk gebruiken van dat geld, voor de aankoop van werktuigen of gebouwen of land, waardoor opnieuw geld kon worden verdiend. Maar tegen het midden van de negentiende eeuw begon de structuur van de economie te veranderen. De verdeling der rijkdom werd beter en daardoor kwamen er hoe langer hoe meer mensen, die konden sparen. Tegelijkertijd werden allerlei ondernemingen meer en meer gedepersonaliseerd: steeds meer werd er niet naar nieuw kapitaal gezicht in de zakken van de eigenaar-ondernemer, maar in de spaarpotjes van vele naamlozen die verspreid woonden over het gehele land. Vandaar dat sparen en investeren van elkaar gescheiden werden – het werden afzonderlijke handelingen, verricht door afzonderlijke groepen mensen.
En daardoor ontstonden er in de economie moeilijkheden. Malthus kreeg tenslotte gelijk, hoewel hij nooit enig vermoeden gehad heeft van de eigenlijke oorzaak.
Deze moeilijkheid is zo belangrijk – zo fundamenteel voor het hele probleem der depressie.”

3. Economische groei als voorwaarde voor S = I?

We hebben de volgende twee observaties gemaakt:

(1) wanneer spaartegoeden niet worden geïnvesteerd zal een deel van het verdiende inkomen niet terugvloeien in de economie met een recessie tot gevolg

(2) het risico op zo’n spaaroverschot was in de tijd van Ricardo en Malthus (18e/19e eeuw) minder significant dan in de tijd van Keynes (19e/20e eeuw) waarin “sparen en investeren van elkaar gescheiden werden”.

Maar onder welke omstandigheden worden alle spaartegoeden wél volledig geïnvesteerd in de economie en onder welke omstandigheden niet?

In theorie zouden alle spaartegoeden geïnvesteerd kunnen worden ondanks het feit dat, zoals Heilbroner zegt, “sparen en investeren van elkaar gescheiden werden” in de 19e en 20e eeuw. Spaartegoeden van werknemers kunnen immers via banken en pensioenfondsen (de financiële sector) uitgeleend worden aan het bedrijfsleven voor hun investeringen. De financiële sector is de schakel tussen spaarders en leners. Wanneer via de financiële sector elke gespaarde euro terugvloeit in de economie in de vorm van een investering geldt alsnog: S = I.

“Het zakenleven heeft alleen geld nodig voor de uitbreiding van het bedrijf” – Robert L. Heilbroner

Maar onder welke omstandigheid gebeurt dat? Een gezonde economische groei zou helpen.

Heilbroner wijst erop dat alle spaargelden alleen volledig worden geïnvesteerd wanneer bedrijven zich uitbreiden – wanneer ze aan uitbreidingsinvesteringen doen. Heilbroner op pagina 235:

“[A]ls onze besparingen opgenomen en uitgegeven worden door zakenlieden, worden zij opnieuw omgezet in iemands loon, salaris of winst. Maar – let op dit vitale feit – ons spaargeld stroomt niet automatisch door dat kanaal. Het zakenleven heeft, als alles normaal gaat, geen behoefte aan dit spaargeld om zijn zaken voort te zetten; in het budget is reeds op geld daarvoor gerekend, de onkosten worden uit de winst op de producten bestreden. Het zakenleven heeft alleen geld nodig voor de uitbreiding van het bedrijf; want de gewone winst is meestal niet groot genoeg om voldoende kapitaal voor de bouw van een nieuwe fabriek te fourneren, of voor een belangrijke uitbreiding van het machinepark.”

Alleen wanneer bedrijven de noodzaak zien om hun productie uit te breiden met uitbreidingsinvesteringen, hebben bedrijven extern krediet nodig. Voor het in stand houden van het huidige niveau van productie kunnen bedrijven hun werkzaamheden prima zelf financieren vanuit hun huidige winsten, aldus Heilbroner. Zonder uitbreidingsinvesteringen blijven spaargelden daarom ongebruikt liggen in de financiële sector: S > I.

Mij lijkt het aannemelijk dat bedrijven vooral uitbreidingsinvesteringen doen wanneer er sprake is van economische groei (deze conclusie trekt Heilbroner zelf niet expliciet). Zonder reële economische groei blijven bedrijven op het huidige niveau produceren en is er geen sprake van uitbreiding.

“Als ons spaargeld niet geïnvesteerd wordt in de uitbreiding van ondernemingen […] Daarin nu bestaat het gevaar voor een depressie.” – Robert L. Heilbroner

Hierbij spelen verwachtingen van investeerders ook een rol. Wanneer investeerders pessimistisch zijn over toekomstige economische groei zullen ze minder investeren, want, zoals Keynes zei, investeringsbeslissingen hangen af van de onzekere voorspellingen van investeerders (de animal spirits).

Kortom: zonder economische groei of zonder de verwachting van economische groei blijven spaargelden ongebruikt liggen in de financiële sector, met als gevolg een recessie. Het totale verdiende inkomen ( = totale productie) stroomt in dat geval niet volledig terug in de economische kringloop, waardoor de totale bestedingen lager zijn dan de totale productie. Bedrijven blijven met overschotten van producten zitten die ze niet hebben kunnen verkopen, waardoor ze de productie terug zullen schroeven, werknemers ontslaan, etcetera.

In de woorden van  Heilbroner’s conclusie, op pagina 236:

“Daarin nu bestaat het gevaar voor een depressie. Want als ons spaargeld niet geïnvesteerd wordt in de uitbreiding van industriele ondernemingen moeten onze inkomens naar beneden gaan. Wij zouden dan in een neerwaartse spiraal terechtkomen als wanneer wij onze besparingen hadden bevroren door ze op te potten.”

Een gebrek aan economische groei leidt dus niet tot stilstand maar achteruitgang; een recessie of depressie.

4. Dalende groei, huizenzeepbellen en de kredietcrisis

Terug naar recentere economische ontwikkelingen.

In een eerder artikel refereerde ik naar de Griekse econoom Costas Lapavitsas en de Nederlandse econoom Dirk Bezemer die allebei erop wijzen dat in Westerse economieën, in de decennia voor de crisis van 2008, een steeds kleiner percentage van totale bankleningen richting het bedrijfsleven stroomde (voor investeringen in hun productie) en een steeds groter percentage naar huishoudens (in de vorm van hypothecaire leningen bijvoorbeeld).

“In mijn onderzoek vind ik dat in de meeste westerse economieën de kredietverlening sterk verschoven is richting huishoudens”, aldus Bezemer.

Screen Shot 2015-07-15 at 2.08.37 AM
Bezemer legt in een video uit dat ook in Nederland de kredietverstrekking van banken is verschoven van het bedrijfsleven naar huishoudens.

Een oorzaak hiervan lijkt te zijn dat bedrijven simpelweg minder leningen nodig hadden. In de woorden van Lapavistas in één van zijn lezingen over de economie van de VS (29:05):

“What you see beyond the shadow of a doubt is that big business finances investment on a net basis through retained profits. There is no reliance on external funds for that. And actually what you see in the United States towards the beginning of this century is an incredible accumulation of funds above investment. Basically US corporates are sitting on enormous piles of money which they are not investing”.

Grote bedrijven in de VS konden hun productie dus prima financieren vanuit hun eigen winsten. Het suggereert dat er weinig spectaculaire uitbreidingsinvesteringen werden gemaakt.

Daarnaast is er de afgelopen decennia sprake van een daling in de economische groei, wereldwijd en ook in de VS, zoals onderstaande trend laat zien. Het einde van de ‘Golden Age of Capitalism‘ (ca. 1945 – 1971) wordt vaak gezien als een keerpunt in de economische groei.

a
Bron: Trading Economics

Is zelfs een lage groei, niet eens gebrek aan groei maar een lage groei, een voedingsbodem geweest voor de recessie van 2008? De mogelijke oorzaak-gevolg keten ziet er dan als volgt uit:

→ daling van economische groei
→ minder uitbreidingsinvesteringen door bedrijven
→ minder kredietverstrekking van banken aan bedrijfsleven
→ banken zoeken alternatieve bestemming voor spaargelden
→ meer kredietverstrekking aan huishoudens (hypotheken)
→ een speculatieve huizenzeepbel ontstaat en knapt
→ kredietcrisis van 2007-08

5. Dilemma’s voor (milieubewust) links

Het lijkt erop dat ons economisch stelsel ons stevige economische groei dicteert, op straffe van grote instabiliteit, werkloosheid en recessie.

In zo’n economisch stelsel bevinden de tegenstanders van economische groei zich in een moeilijke positie in het publieke debat. Zij wijzen op de lange termijn kosten van economische groei (klimaatverandering en ecologische catastrofes) maar kunnen niet ontkennen dat de korte termijn kosten van een gebrek aan economische groei gigantisch zijn. Het is een dilemma voor links, dat zowel voor de korte termijn belangen van mensen wil opkomen als voor de lange termijn belangen van mens, milieu en ontwikkelingslanden (die op de korte termijn al lijden onder klimaatverandering en andere ecologische gevolgen van economische groei).

Het betekent dat degenen die tegen voortdurende economische groei zijn (om legitieme redenen zoals klimaatverandering en andere ecologische problemen) niet alleen de economische groei als een soort geloofsovertuiging moeten beschouwen en bekritiseren, maar dat deze critici ook de fundamenten van onze economische kringloop, waaruit de noodzaak van economische groei ontstaat, ter discussie moeten stellen[2].

___________________

[1] Robert L. Heilbroner (1953). De Filosofen van het Dagelijks Brood. (Vertaling uit Engels door J. E. Kuiper). Muusses Groningen. 

[2] Iets dat schrijver Jason Hickel goed doet. Zie zijn artikel hierover in The Guardian (15 juli 2016) getiteld “Clean energy won’t save us – only a new economic system can”. Zie ook een link naar een relevante paper over de noodzaak van economische groei vanuit de economische kringloop bekeken, in zijn artikel: “The root problem is the fact that our economic system demands ever-increasing levels of extraction, production and consumption. Our politicians tell us that we need to keep the global economy growing at more than 3% each year – the minimum necessary for large firms to make aggregate profits.”
In deze paper (Binswanger, 2015, zie laatste pagina) wijst de auteur bovendien op nog twee problemen/dilemma’s die ontstaan vanuit de noodzaak van economische groei (naast ecologische problemen). Ten eerste dat de periode van hoge economische groei wereldwijd voorbij lijkt te zijn en het daarom zeer de vraag is of de huidige economieën überhaupt kunnen blijven functioneren. Ten tweede dat uit empirisch onderzoek blijkt dat economische groei voorbij een bepaald punt het welzijn van de bevolking niet meer vergroot, terwijl de noodzaak van groei dan toch blijft bestaan (gezien een gebrek aan groei een neerwaartse spiraal veroorzaakt).

Advertenties

2 thoughts on “Waarom onze economieën (helaas) groei nodig hebben. Lessen van vroegere economen.”

  1. Een bekende term, en volgens velen met mij een noodzaak, is degrowth. Dit is ook het leidend onderwerp van het KlimaCamp volgende week in Duitsland. Is er enige theorie over degrowth? Heb jij daar idee-en over of zou jij daar eens over kunnen nadenken? Het is totaal het tegenovergestelde van de veronderstelde noodzaak van continue groei, die inderdaad onweerlegbaar onhoudbaar is.

    1. Ik ben geen expert in de degrowth movement, maar mijn indruk is dat het een diverse stroming is met verschillende ideeën. De algemene stelling is natuurlijk goed dat er ontgroei nodig is in bepaalde opzichten. Maar hier zijn wel 2 kanttekeningen bij te maken. (1) Windmolens bouwen dragen boekhoudkundig bij aan economische groei. Het afbreken van een kolencentrale creeert werkgelegenheid en ook groei. Dus een focus op groei in het algemeen is wat vreemd en lijkt ook strategisch niet slim, omdat mensen bij ‘degrowth’ denken aan verarming. Zoals Chomsky ook zei: It shouldn’t be called “degrowth.” It should be called “improving your lives”. https://canadiandimension.com/articles/view/the-greening-of-noam-chomsky-a-conversation. En kanttekening (2) is dat er in deze beweging verschillende denkers zijn die in minder of meerdere mate de fundamenten van onze economie ter discussie stellen. Zoals ikzelf zei moeten die fundamenten ter discussie worden gesteld. Sommige denkers lijken te zeggen dat “degrowth” mogelijk is zonder de fundamenten van het marktkapitalisme aan te pakken en dus het huidige stelsel grotendeels in stand te houden. Anderen wijzen op de inconsistenties in de ideeën van deze degrowth denkers en pleiten voor radicalere veranderingen in het economisch systeem omdat volgens hun degrowth niet compatibel is met het huidige marktkapitalisme (zie bijvoorbeeld John Bellamy Foster https://monthlyreview.org/2011/01/01/capitalism-and-degrowth-an-impossibility-theorem/). Ik sluit me eerder aan bij die laatsten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s