Duitsland (niet Griekenland) ontwricht eurozone, met strafbare handelsoverschotten

Het Duitse handelsoverschot stijgt in 2015 naar verwachting tot een recordhoogte van 8,1 procent, in overtreding van Europese afspraken die door politiek en media worden genegeerd. Sinds de euro lijkt Zuid-Europa failliet te zijn geconcurreerd door overschotlanden als Duitsland, Nederland en Finland.

De Griekse schuldencrisis wordt in de media eenzijdig gepresenteerd als een probleem dat veroorzaakt is door ‘de Grieken’ met negatieve gevolgen voor de eurozone. Gelukkig wordt steeds vaker erkend dat de oorzaak van de Griekse crisis ook voor een groot deel bij Duitsland en andere lidstaten onder wiens handelsoverschotten de economieën van Zuid-Europa lijden. Het handelsoverschot van de één is immers het handelstekort van de ander – een boekhoudkundig feit.

Dat Duitslands exportoverschotten samenhangen met de importoverschotten én schuldproblemen van Zuid-Europa (niet alleen Griekenland maar ook Spanje, Italië, Portugal, Spanje en Ierland) wordt helaas vaak genegeerd in het debat over de eurocrisis. Sinds de euro lijkt Zuid-Europa failliet te zijn geconcurreerd door overschotlanden als Duitsland, Nederland en Finland.

Bron:
Bron: De Correspondent, 2015

Dat Duitsland haar sterke concurrentiepositie niet te danken heeft aan uitmuntende technologie of innovatie, maar door een simpel beleid van loonmatiging oftewel wage-dumping, wordt al jaren uitgelegd door de Duitse econoom Heiner Flassbeck (zie zijn paper met co-auteur Friederike Spiecker uit 2011, door mij hier eerder samengevat).

Ook speelt mee dat zwakke lidstaten door de invoering van de euro een instrument verloren waarmee ze voorheen hun export konden stimuleren: een devaluatie van hun munt. Zo waarschuwden ook 70 economen in 1997 in De Volkskrant dat landen door de invoering van de euro “belangrijke instrumenten voor macro-economisch beleid” verliezen zoals “wisselkoersaanpassingen, die immers verdwijnen bij de komst van de euro”.

Toen de Griekse schuldencrisis uitbrak wezen de beschuldigende vingers van politiek en media naar Griekenland. Vrijwel niemand had oog voor de fundamentelere kritieken op het monetair stelsel van de 70 economen uit 1997 of het inzicht over de Duitse medeplichtigheid van Flassbeck.

Er lijkt gelukkig marginaal verandering te komen in het debat.

Zo was op 9 augustus in het nieuws dat het Duitse handelsoverschot in 2015 naar verwachting tot een recordhoogte van 8,1 procent stijgt, vergeleken met 7,6 procent in 2014 en wordt erkend dat dit een probleem is:

“Duitsland staat onder druk om het handelsoverschot te doen dalen. Als Duitsers meer exporteren dan importeren moeten andere landen een tekort hebben. Hier wordt soms op gewezen om economische problemen in bijvoorbeeld Zuid-Europa te verklaren. Vooral een chronisch overschot zorgt voor minder economische stabiliteit.” (nu.nl, 9 augustus 2015)”

Echter, hoewel wel eens wordt erkend dat de Duitse handelsoverschotten problematisch zijn voor Zuid-Europa, wordt zelden erkend dat Duitsland hiermee ook Europese afspraken schendt en in feite strafbaar is.

Het is niet alleen een advies van economen dat Duitsland haar handelsoverschot moet verlagen. In 2011 zijn er afspraken over gemaakt op papier dat maximale grenzen stelt aan de handelsoverschotten en -tekorten van lidstaten – als onderdeel van de sixpack akkoorden.

Duitsland overtreedt die afspraak dit jaar naar verwachting voor het vijfde jaar op rij door haar grote handelsoverschotten boven de maximale grens van 6 procent. Zoals de journalist Ambrose Evans-Pritchard constateert in The Telegraph in mei 2015:

“Als de EU-wetgeving correct zou worden nageleefd, zou Duitsland voor het vijfde jaar op rij boetes krijgen voor het in gevaar brengen van de stabiliteit van de eurozone en het overtreden van de Macroeconomic Imbalance.”

De Macroeconomic Imbalance Procedure (MIP) werd aangenomen om de macro-economische stabiliteit van de eurozone te beschermen. Volgens de MIP kunnen lidstaten financiële sancties worden opgelegd als ze drie jaar achter elkaar de regels van de MIP schenden. Er zijn echter twee problemen in de handhaving.

Ten eerste moet er voldoende politieke wil onder de lidstaten zijn om de boete ook daadwerkelijk op te leggen. Die lijkt te ontbreken. Duitsland wordt wel gewaarschuwd door de Europese Commissie (en andere instituties zoals het IMF) maar van sancties is vooralsnog geen sprake. Zoals Evans-Pritchard constateert:

“[C]ynici zouden terecht kunnen concluderen dat grote landen volgens hun eigen regels spelen in Europa, en dat Duitsland alle regels kan trotseren. Het EMU sanctiemechanisme is in ieder geval zeer politiek. Het verhaal van de EMU-schuldencrisis is dat de autoriteiten voortdurend een agenda van schuldeisers afdwingen in plaats van een agenda voor macro-economische welvaart (een geheel andere kwestie).”

Ten tweede zijn de afspraken van de MIP veel te soepel, zoals Flassbeck stelt op zijn eigen medium Flassbeck Economics. De MIP dicteert namelijk dat het handelstekort van lidstaten maximaal 4 procent mag zijn, maar dat het maximaal handelsoverschot maar liefs 6 procent is. Er is echter geen enkel economisch argument voor dat handelstekorten minder schadelijk zijn dan handelsoverschotten. Immers, handelsoverschotten zijn per definitie gelijk aan andermans handelstekorten. Dat er relatief hogere handelsoverschotten (6 procent) worden getolereerd dan handelstekorten (4 procent) is onbegrijpelijk, aldus Flassbeck.

Duit
Duitse handelsoverschotten zijn enorm gestegen sinds de invoering van de euro. Bron: Flassbeck 2015.

Bovendien is de grootte van het land relevant, waar geen rekening mee wordt gehouden in de MIP. Zo kan een bescheiden handelsoverschot van een gigantische economie als Duitsland tot veel grotere handelstekorten in kleinere economieën leiden, aldus Flassbeck:

“Als er bijvoorbeeld maar twee landen zijn, Spanje en Duitsland, dan zou een Duits overschot van meer dan 7 procent leiden tot een Spaans tekort van bijna 20 procent”.

Bovendien is de MIP ook nog erg soepel in de zin dat er pas sancties kunnen worden opgelegd wanneer een land drie jaar achter elkaar de grens overtreedt, aldus Flassbeck.

Nederland heeft overigens de grens van maximale handelsoverschotten ook verschillende jaren overtreden, volgens het officiële scorebord. Het Nederlands handelsoverschot steeg tot bijna vier procentpunten boven de maximale grens van 6 procent tussen 2011 en 2013 – van 7,2 naar 8,7 naar 9,8 procent.

handelsbalansenEU
Handelsbalansen van lidstaten, als percentage van het BNP, tussen 2004 en 2013. De jaren dat een land de ondergrens van -4% of de bovengrens van +6% overschreed zijn grijsgekleurd. Bron: European Commission, scoreboard.

Media negeert bestaan Macroeconomic Imbalance Procedure

Ondertussen blijft de Nederlandse media nogal stil over de schending van de MIP afspraken door Duitsland (en Nederland) en blijven journalisten naar Griekenland wijzen als hoofdschuldige in columns met titels als “Kijk nou eens in de spiegel, beste Griek” (Marcel de Boer, Financieel Dagblad, 30 juni 2015) of “De Griek is een arrogante Calimero” (Marloes de Koning, NRC, 28 februari 2015).

Het opvallende is dat sommige journalisten wel erkennen dat handelsoverschotten problematisch zijn, maar tegelijkertijd het bestaan van de MIP afspraken negeren.

Zo erkent Marcel de Boer dat handelsbalansen een rol hebben in de eurocrisis en dat “wij (lees: Nederland en Duitsland” jarenlang onze afzet in het zuiden hebben gefinancierd “door de ene na de andere lening te verstrekken” en in zekere zin “ook schuld aan de schuldencrisis” delen. Vervolgens stelt De Boer stelt zich de retorische vraag: “Moet je als overschotland je concurrentiekracht moedwillig verzwakken om landen met een zwakkere positie er relatief op vooruit te laten gaan?”. Zijn antwoord is vermoedelijk een ‘nee’. De realiteit is dat een land als Duitsland inderdaad haar concurrentiekracht moet verzwakken als dat de enige manier is om aan de Europese afspraken van de MIP te voldoen.

Zelfs in progressieve media als De Correspondent wordt de MIP genegeerd. In een artikel van 1 augustus 2015 beschrijft economiecorrespondent Jesse Frederik een voorstel van econoom Keynes voor een internationaal monetair stelsel (geïnspireerd door een plan dat de nazi’s presenteerden in 1940, aldus Frederik) dat de huidige crisis in de eurozone zou kunnen oplossen. Het Keynes-plan zou namelijk de handelsbalansen in balans brengen via financiële sancties (in de vorm van negatieve rentes) op landen met te grote handelsoverschotten.

“In het Keynes-plan zaten dus symmetrische prikkels ingebouwd: iedereen moest uiteindelijk streven naar een handelsbalans van om en nabij de nul. In Europa is nu het omgekeerde het geval: aanpassing is verplicht voor de schuldenaar, maar vrijwillig voor de schuldeiser. De schuldenaar moet zijn lonen verlagen, bezuinigen en hervormen, de schuldeiser hoeft niets te doen.”

Weer wordt genegeerd dat er al afspraken bestaan over handelsbalansen die inmiddels al jaren worden geschonden door Duitsland. “De schuldeiser hoeft niets te doen”, aldus Frederik. Maar de overschotlanden moeten volgens de afspraken van de MIP nu al onder de grens van 6 procent blijven.

Cui bono?

Het is enigszins speculeren wie er daadwerkelijk baat heeft bij een handhaving van de MIP en wie niet.

Als deze regels daadwerkelijk zouden worden gehandhaafd zouden overschotlanden mogelijk naar een voor de hand liggend instrument grijpen om exportoverschotten terug te dringen; een flinke loonstijging in de overschotlanden wat hun te sterke internationale concurrentiepositie zou verlagen. Hiervoor pleiten economen als Flassbeck (zie eerder genoemde paper) al jaren en dit idee lijkt steeds meer gehoor te krijgen. Zie ook de reportage “De prijs van de euro” waarin dit idee in animatie wordt uitgelegd vanaf minuut 38.

Onder de verliezers van een loonstijging in overschotlanden bevindt zich de exportindustrie van die landen. Ze zullen hogere loonkosten hebben en een slechtere concurrentiepositie (dat zou immers het doel zijn van de loonstijging).

Bovendien zouden overheden van deze landen zwakker komen te staan in hun onderhandelingspositie richting landen als Griekenland. Wanneer Europese burgers beseffen dat ook overschotlanden medeplichtig zijn in het destabiliseren van de eurozone en Europese afspraken overtreden, verliest hun harde opstelling richting Zuid-Europa aan legitimiteit. Een financiële sanctie op basis van de MIP zou een grote symbolische waarde hebben en zodoende de geloofwaardigheid van overschotlanden schaden.

Onder de begunstigden van een loonstijging in overschotlanden zijn verschillende partijen. De binnenlandse bestedingen in overschotlanden stijgen door hogere lonen ten gunste van alle sectoren die hiervan afhankelijk zijn, zoals het midden- en kleinbedrijf (het Keynesiaans recept).

Zuid-Europa zou de kans krijgen om hun export te vergroten, omdat een lagere concurrentiepositie van overschotlanden hun concurrentiepositie verbetert (dat zou immers het doel zijn van de loonstijging). Bovendien zouden hogere binnenlandse bestedingen in overschotlanden kunnen leiden tot een hogere export van Zuid-Europa. Hun schuldproblemen zouden kunnen verminderen. Uiteindelijk heeft de bevolking in Zuid-Europa hier baat bij als een hogere export de werkgelegenheid stimuleert en economische groei de noodzaak om te bezuinigen op sociale voorzieningen vermindert.

Maar zolang het publieke besef over de Macroeconomic Imbalance Procedure ontbreekt blijft de politieke wil om deze te handhaven waarschijnlijk zwak. Zolang deze handhaving ontbreekt blijven overschotlanden de eurozone destabiliseren, want tot dusver tonen de overschotlanden geen teken dat ze zich vrijwillig zullen aanpassen.

De media zou het bestaan van de Macroeconomic Imbalance Procedure uitgebreid moeten bespreken, inclusief de schending ervan door overschotlanden. De media zou bovendien ruimte moeten bieden aan economen die stellen dat de MIP niet ver genoeg gaat. Economen die fundamentelere oplossingen voorstellen.

Advertenties

2 thoughts on “Duitsland (niet Griekenland) ontwricht eurozone, met strafbare handelsoverschotten”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s