Over / Contact

bws.png
Alexander Beunder (1987). Studeerde economie aan Universiteit Utrecht (MSc Economics of Public Policy) en schrijft vooral voor onafhankelijke media, zoals: kritischestudenten.nl, globalinfo.nl, roarmag.org, dewereldmorgen.be, dub.uu.nl, joop.nl en mejudice.nl.

Welkom op Economielinks, een blog over politiek en economie, door Alexander Beunder, sinds 2012.

Onderwerpen die centraal staan op deze blog:

  • De kloof tussen arm en rijk, tussen landen en binnen landen
  • Economische crises: de financiële crisis van 2008 en de Europese schuldencrisis
  • Milieuproblemen zoals klimaatverandering
  • De markteconomie, de geschiedenis ervan en de problemen die eruit ontstaan
  • Geopolitieke conflicten
  • De relatie tussen racisme, disciminatie en economie
  • Progressieve ideeën over mogelijke politieke en economische veranderingen
  • De economische wetenschap
  • Vele links naar betrouwbare bronnen van anderen, maar ook opinies, conclusies en interpretaties van mijzelf

De nieuwste artikels vind je op de startpagina Recent. Ga naar Alles voor een overzicht van alle artikels. Onder elk artikel staan één of meer tags (zoals “crisis” of “economische wetenschap”) waar je op kan klikken voor meer artikels met dezelfde tags.

Rechtsboven vind je een zoekfunctie, links naar de facebook / twitter van deze blog (vooral op de facebookpagina deel ik vaak links die ik niet via deze blog of twitter deel) en een tag-cloud.

En waarom en vanuit welk perspectief schrijf ik op deze blog? Scroll naar beneden voor een uitleg hierover.

Contact:

Onderaan elk artikel kun je een reactie plaatsen.

Algemene vragen, suggesties, kritieken? Stuur ze naar: economielinks@gmail.com.
Of laat je bericht hieronder achter:


Economie, te belangrijk om je niet mee te bemoeien

Bij democratie hoort volgens mij ook een gezonde democratische invloed van de bevolking in het economisch beleid.

Om zo’n invloed uit te oefenen moeten we natuurlijk wel weten waar we het over hebben. Wanneer slechts een klein deel van de bevolking een inzicht in onze economie heeft is er van échte democratie in economische zin natuurlijk geen sprake.

Je zou kunnen denken: Laat de economie maar aan de experts over. Dat kan goed gaan als de experts aan het roer van de economie (1) weten wat ze doen en (2) de beste bedoelingen hebben. Maar overheden hebben niet kunnen voorkomen dat:

  • Een grote economische ongelijkheid is ontstaan tussen landen en binnen landen. De 85 rijksten ter wereld bezitten in 2014 evenveel vermogen als de armste helft van de wereld (3,6 miljard mensen).
  • Onze economieën grote milieuproblemen zoals klimaatverandering veroorzaken, die de toekomst van huidige en volgende generaties bedreigen en onvoldoende worden aangepakt door onze overheden.
  • Overheden, bedrijven en gezinnen over de hele wereld failliet gingen door een gigantische economische crisis rond 2008.
  • Onze economieën vaak absurd inefficiënt functioneren: er heerst honger terwijl bijna de helft van het geproduceerde voedsel wordt weggegooid. Ziektes kunnen behandeld worden met medicijnen die vanwege patenten en hoge prijzen voor velen onbereikbaar zijn. Een deel van de beroepsbevolking werkt zich een burn-out terwijl een ander deel snakt naar een baan.

Dus of (1) beleidsmakers weten niet goed wat ze doen of (2) ze hebben niet de beste bedoelingen of (3) dit zijn onvermijdelijke problemen, hoe slim en nobel beleidsmakers ook zijn. Dat derde punt geloof ik niet; ik denk dat het een combinatie is van de eerste twee.

Nog een feit: Het vertrouwen onder de bevolking in economische beleidsmakers en de ‘markteconomie’ in het algemeen is, vooral sinds de internationale kredietcrisis van 2008, verminderd.

Zie bijvoorbeeld onderstaande grafiek, op basis van een peiling van het Pew Research Center. Het toont voor verschillende landen een daling in het percentage van de bevolking dat het eens is met de stelling dat mensen beter af zijn in een vrije-markteconomie.

PG_12.07.12_economicConditions_capitalism
Bron: PewResearchCenter (2012).

Tegelijkertijd groeit ook het besef dat er een grotere democratische controle nodig is op de politieke besluitvorming rond de economie. In de woorden van de Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang: “Economie is te belangrijk om aan economen over te laten”. Economische boeken worden razend populair – vooral de boeken met kritieken op het economisch systeem en de gevestigde orde. Van Ha-Joon Chang tot Joseph Stiglitz, van David Graeber tot Thomas Piketty.

“Economie is te belangrijk om aan economen over te laten”
– Econoom Ha-Joon Chang (2015)

Gelukkig is de interesse van de bevolking in economische vraagstukken in veel landen zichtbaar gegroeid de afgelopen jaren: van Amsterdam tot Athene, van Parijs tot New York hebben mensen zich in afgelopen jaren uitgesproken en gemengd in het politieke debat over economie. Via buitenparlementaire bewegingen (zoals de Occupy-beweging) of nieuwe politieke partijen. Mensen bezetten pleinen en eisen een verandering van het economisch systeem, eerlijkere belastingstelsels en bekritiseren de doorgeschoten marktwerking, deregulering van de financiële sector en bailouts van banken met miljarden aan belastinggeld.

Veel mensen doorbreken daarbij de heersende grenzen van het publieke debat en durven (weer) te pleiten voor fundamentelere veranderingen in de economie.

main_600
De Occupy beweging in New York, 2011, een internationale protestbeweging tegen onder andere economische ongelijkheid en de praktijken van de financiële sector. Bron: The Atlantic

Hoofdvraag van deze blog

Wat zijn de fundamentele oorzaken van onze grootste sociale, politieke, economische en ecologische problemen (zowel nationaal als internationaal niveau) en wat zijn goede oplossingen? Dat is, kort samengevat, de hoofdvraag van deze blog. En hoe wil ik deze beantwoorden?

Ik streef ernaar het eerste deel van de vraag (wat zijn de fundamentele oorzaken?) zo neutraal mogelijk te beantwoorden en het tweede deel (wat zijn goede oplossingen?) niet, omdat antwoorden op dit tweede deel onvermijdelijk politiek gekleurd zijn. Dat kan niet anders.

Neutraal & pluralistisch

Wat bedoel ik met neutraliteit?

“Ik zou graag willen zien dat we onze diagnose van hedendaagse problemen kunnen scheiden van onze persoonlijke of politieke antipathieën”, zei econoom John Kenneth Galbraith ooit. Ons begrip van de werking van de economie moet inderdaad niet bepaald worden door onze politieke voorkeuren en ideologieën. Natuurlijk beïnvloeden onze politieke, morele opvattingen wel welke vragen we hierover stellen, maar in hoe we onze vragen beantwoorden zouden we kunnen en moeten streven naar neutraliteit.

Een voorbeeld van een vraag over de werking van de economie: Hoe komt een land uit een economische crisis? Linkse partijen en denkers betogen regelmatig dat een herverdeling van inkomens een economische crisis kan tegengaan. Simpel gezegd: belast de rijken en geef het aan de armen, of verplicht de rijken hun werknemers een hoger loon te betalen (via een stijging van het minimumloon). Geld komt door deze herverdeling terecht bij lagere inkomensklassen die eerder geneigd zijn dit geld uit te geven aan goederen en diensten (in plaats van het te sparen en te beleggen in schadelijke zeepbellen) waardoor de economische groei en werkgelegenheid zich herstelt. Zo’n beleid komt overeen met de ideeën van econoom John Maynard Keynes (1883 – 1946) en wordt een “Keynesiaans” beleid genoemd.

Echter, op basis van andere economische theorieën kun je betwijfelen of een progressief, Keynesiaans beleid van herverdeling zal leiden tot een economisch herstel, omdat in het deze theorieën winst en de winstgevendheid van bedrijven de grote motor is van de economie. Winsten kunnen juist dalen als gevolg van een Keynesiaanse nivellering, waardoor bedrijven minder zullen investeren en de crisis voortduurt. Dat is een ongemakkelijke boodschap voor progressieven die stellen dat een Keynesiaans beleid niet alleen rechtvaardig is maar ook altijd goed voor de economie en werkgelegenheid.

Maar als we onwelgevallige inzichten negeren omdat ze niet aansluiten bij onze politieke campagnes, negeren we mogelijk belangrijke economische realiteiten. En dat brengt niemand verder. Een vraag die klinkt als “hoe werkt de economie?” moeten we daarom altijd proberen neutraal te beantwoorden.

Een pluralistische aanpak lijk mij essentieel; een analyse waarbij gebruik wordt gemaakt van de grote diversiteit van economische stromingen die de laatste eeuwen zijn ontstaan. Waar de Keynesiaanse economie het beste antwoord biedt, gebruik Keynes, waar de Oostenrijkse school het beste antwoord biedt, gebruik de Oostenrijkers, waar de Marxistische economie nuttige inzichten biedt, gebruik Marx. Waar een combinatie van economische stromingen nuttig lijkt, maak een cocktail.

ECONOMIAS
Zie hier een uitgebreider pleidooi voor pluralisme (verschenen op deze blog).

Dat is overigens ook het standpunt van Rethinking Economics, een internationale beweging van economiestudenten en academici voor meer pluralisme in het economie-onderwijs, die inmiddels ook een Nederlandse tak heeft (waar ik betrokken bij ben).

Politiek gekleurd; voor economische democratie

Deze blog is politiek gekleurd wanneer het gaat over gewenste oplossingen van (economische) problemen.

Een vraag als “hoe moeten we dit of dat economisch probleem oplossen?” is volgens mij onmogelijk neutraal te beantwoorden. Waar je op deze blog een pleidooi voor een bepaalde oplossing leest, is dit pleidooi ongetwijfeld beïnvloed door mijn (in de woorden van Galbraith) “persoonlijke en politieke antipathieën”.

En wat zijn mijn antipathieën?

Ik beschouw mijzelf als progressief/links, maar dat kan honderd verschillende dingen betekenen. Om nog specifieker te zijn: Ik streef naar een toekomst waarin mensen gezamenlijk en democratisch onze economieën besturen en inkomens rechtvaardiger verdeeld worden (wat in mijn denken met elkaar samenhangt).

Dat ideaal is volgens mij in strijd met de huidige markteconomie waarin productie en consumptie vooral worden overgelaten aan de chaotische krachten van de markt en haar ondemocratische principe “een euro, een stem”.

“The economic anarchy of capitalist society as it exists today is, in my opinion, the real source of the evil.” – Albert Einstein (1949)

Met democratie in de economie bedoel ik niet dat we in een referendum mogen stemmen wat het begrotingstekort van de overheid moet zijn. Ik denk dat een “democratische economie” veel verder kan gaan. Door ook democratie binnen ons werk in te voeren: een democratische controle van werknemers over de productie.

Coöperaties in plaats van beursgenoteerde bedrijven. Werknemers die democratisch beslissen over hoe het werk (en inkomen) verdeeld wordt in plaats van de besluiten van aandeelhouders en CEO’s te moeten volgen. Dat lijkt mij een gezondere, rechtvaardigere basis voor onze economie dan bedrijven waarin top CEO’s 147 keer (in Duitsland) of 354 keer (in de VS) zoveel verdienen als de gemiddelde werknemer (volgens The Washington Post).

Dit is niet alleen mijn idee: zie bijvoorbeeld de argumenten hiervoor van schrijver William Greider (zie zijn hoofdstuk “Work Rules” in zijn boek The Soul of Capitalism, hier gedeeltelijk online) en econoom Richard Wolff die hier campagne voor voert in de VS en inspirerende verhalen van functionerende coöperaties deelt. Of lees hoe Argentijnen hun failliete bedrijven overnamen tijdens een zware economische crisis begin 21e eeuw en (vaak succesvol) democratisch gingen besturen in het boek Sin Patron (2007). Of bekijk Nederlandstalige reportages over al functionerende coöperatieve economieën in Spanje als Mondragon of Marinaleda.

Genoeg voorbeelden die tonen dat democratie op de werkvloer en in de economie in het geheel kan functioneren.

Het is bovendien geen nieuwe idee dat uit de lucht komt vallen. Mensen blijken ook onder minder moderne omstandigheden democratisch om te kunnen gaan met “collectieve productiefactoren” (zoals gezamenlijke gronden, bossen of meren), blijkt uit het onderzoek van econome Elinor Ostrom.

We zouden zelfs nog verder kunnen gaan in het democratiseren van de economie dan het invoeren van democratie op de werkvloer. Democratie in de totale economische structuur, waar die momenteel voor een groot deel wordt overgelaten aan de markt van vraag (niet behoefte maar koopkracht) en aanbod.

“You can’t have meaningful political democracy without functioning economic democracy”
Noam Chomsky

Hoe dan precies? Een logische vraag, waar ook ik geen concreet antwoord op heb. Toch pleit ik dat we hier vanuit zoveel mogelijk mensen en organisaties over na moeten denken. En het gebeurt ook al. Zie bijvoorbeeld deze ideeën van economen Michael Albert en Robin Hahnel.

Het punt hiermee: laten we sociaal-economische problemen neutraal proberen te onderzoeken en verklaren. Waar problemen ontstaan door marktwerking moet dit benoemd worden. Waar problemen ontstaan door overheidsinmenging moet dit benoemd worden. Waar problemen ontstaan door een combinatie hiervan moet dit benoemd worden.

Maar verwacht op deze blog niet al te veel pleidooien voor laissez faire marktwerking.