Over / Contact

Welkom op Economielinks, een blog over politiek en economie, door Alexander Beunder, sinds 2012.

Onderwerpen die centraal staan op deze blog:

  • De kloof tussen arm en rijk, tussen landen en binnen landen
  • Economische crises: de financiële crisis van 2008 en de Europese schuldencrisis
  • Milieuproblemen zoals klimaatverandering
  • De markteconomie, de geschiedenis ervan en de problemen die eruit ontstaan
  • Geopolitieke conflicten
  • De relatie tussen racisme, disciminatie en economie
  • Progressieve ideeën over mogelijke politieke en economische veranderingen
  • De economische wetenschap
  • Vele links naar betrouwbare bronnen van anderen, maar ook opinies, conclusies en interpretaties van mijzelf

De nieuwste artikels vind je op de startpagina Recent. Ga naar Alles voor een overzicht van alle artikels. Onder elk artikel staan één of meer tags (zoals “crisis” of “economische wetenschap”) waar je op kan klikken voor meer artikels met dezelfde tags.

Rechtsboven vind je een zoekfunctie, links naar de facebook / twitter van deze blog (vooral op de facebookpagina deel ik vaak links die ik niet via deze blog of twitter deel) en een tag-cloud.

En waarom en vanuit welk perspectief schrijf ik op deze blog? Scroll naar beneden voor een uitleg hierover.

Contact:

Onderaan elk artikel kun je een reactie plaatsen.

Algemene vragen, suggesties, kritieken? Stuur ze naar: economielinks@gmail.com.
Of laat je bericht hieronder achter:


Deze blog: wat is het en waarom? 

– Geupdate op 30 augustus 2017

“Economie is te belangrijk om aan economen over te laten”
– Econoom Ha-Joon Chang (2015)

Wat is het doel van deze blog en hoe geef ik daar invulling aan?

Ten eerste is het doel om jou, de lezer, met interessante economische kennis…kennis te laten maken. Waarom dat zo belangrijk is leg ik even uit.

Idealiter leven we in een vrije en democratische samenleving waarin het volk zelf regeert over zaken die iedereen aangaan. Bij een functionerende democratie hoort daarom ook een gezonde democratische invloed op het economisch beleid van de overheid, gezien dit iedereens leven direct en indirect beïnvloed.

Van de prijzen die we betalen in de supermarkt, het ziekenhuis of het onderwijs, tot de banen die we kunnen vinden op de arbeidsmarkt, tot de schuldenlast van huizenbezitters, tot de vraag of we nog een zitplek kunnen vinden in de trein, tot de kwaliteit van de lucht die we inademen in de stad. Enzovoorts, enzovoorts. Het economisch beleid beïnvloed alles en iedereen en is daarom inderdaad “te belangrijk om aan economen over te laten”, zoals de Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang het zei.

Zonder een geïnformeerde demos (demos = volk) geen democratie. Zoals de nieuwe slogan van de Washington Post ook erkent: “Democracy dies in darkness”. Wanneer slechts een klein deel van de bevolking een inzicht heeft in de werking van de economie is er van échte democratie geen sprake.

Je zou kunnen denken: Laat de economie maar aan de experts over – technocratische economen die het algemeen belang behartigen op een wetenschappelijk verantwoorde manier.

Dat is om twee redenen een gevaarlijke gedachte. Ten eerste is er onmogelijk wetenschappelijk en neutraal een “algemeen belang”. Er zijn verschillende economische belangen van verschillende mensen die met elkaar botsen. Werknemers hebben andere belangen als werkgevers. Veehouders andere belangen als dierenbeschermers. Enzovoorts, enzovoorts. Vandaar de noodzaak voor een gezond democratisch proces om verschillende belangen tegen elkaar af te wegen.

Ten tweede zijn er sterke aanwijzingen dat de belangen van veel zielen op aarde – in zowel rijke als arme landen – momenteel (op zijn zachts gezegd) onvoldoende behartigd worden door hun overheden en hun Ministeries van Economie. We zien dat er…

  • een grote economische ongelijkheid is ontstaan tussen landen en binnen landen. De 85 rijksten ter wereld bezitten in 2014 evenveel vermogen als de armste helft van de wereld (3,6 miljard mensen).
  • onze economieën grote milieuproblemen zoals klimaatverandering veroorzaken, die de toekomst van huidige en volgende generaties bedreigen en onvoldoende worden aangepakt door onze overheden.
  • overheden, bedrijven en gezinnen over de hele wereld failliet gingen door een gigantische economische crisis rond 2008.
  • onze economieën vaak absurd inefficiënt functioneren: er heerst honger terwijl bijna de helft van het geproduceerde voedsel wordt weggegooid. Ziektes kunnen behandeld worden met medicijnen die vanwege patenten en hoge prijzen voor velen onbereikbaar zijn. Een deel van de beroepsbevolking werkt zich een burn-out terwijl een ander deel snakt naar een baan.

Bovendien lijkt er een groeiende behoefte te zijn aan een fundamentelere verandering van de economie, terwijl dit momenteel niet hoog op de agenda staat van de Ministers van Economie.

Zie bijvoorbeeld onderstaande grafiek, op basis van een peiling van het Pew Research Center uit 2012. Het toont voor verschillende landen een daling in het percentage van de bevolking dat het eens is met de stelling dat mensen beter af zijn in een vrije-markteconomie. Het vertrouwen onder de bevolking in economische beleidsmakers en de ‘markteconomie’ in het algemeen is, vooral sinds de internationale kredietcrisis van 2008, sterk verminderd.

PG_12.07.12_economicConditions_capitalism
Bron: PewResearchCenter (2012).

Vooral onder jongeren lijkt de behoefte aan een andere (linksere) koers te groeien. Cijfers van Gallup (2016) tonen dat in de VS onder jongeren een groter deel een positief beeld heeft van socialisme en een kleiner deel een positief beeld heeft van kapitalisme dan onder ouderen (van de ondervraagde jongeren tussen de 18 en 29 jaar heeft 57% een positief beeld van kapitalisme en 55% een positief beeld van socialisme, terwijl van de de ondervraagde ouderen tussen de 50 en 64 jaar maar liefst 69% een positief beeld heeft van kapitalisme en slechts 27% een positief beeld van socialisme).

Een peiling van het Britse peilingbureau YouGov (2016) vergelijkt meningen over socialisme en kapitalisme in de VS, VK en Duitsland. In zowel Duitsland en het VK heeft een groter deel van de bevolking een positief beeld van socialisme dan kapitalisme.

socCap.png

Natuurlijk zijn er allerlei verschillende interpretaties van de begrippen socialisme en kapitalisme – iemands definitie van socialisme kan zelfs overeenkomen met iemands anders definitie van kapitalisme. Maar al deze peilingen suggereren op zijn minst dat er geen maatschappelijke consensus is over de politieke koers die Westerse overheden de afgelopen decennia varen; de koers van liberalisering en steeds meer vrijemarktwerking (het neoliberalisme).

We zien een veranderende tijdsgeest ook terug in de boekverkopen. Economische boeken zijn, anders dan voorheen, razend populair onder een breed publiek en dan vooral de boeken met kritieken op het economisch systeem en de gevestigde orde. Van Ha-Joon Chang tot Joseph Stiglitz, van David Graeber tot Thomas Piketty en in Nederland schrijvers als Joris Luyendijk en Ewald Engelen.

Ondertussen is de behoefte aan verandering in het economisch beleid ook op straat zichtbaar geworden: van Amsterdam tot Athene, van Parijs tot New York hebben mensen zich in afgelopen jaren uitgesproken en gemengd in het politieke debat over economie. Mensen bezetten pleinen en eisen een verandering van het economisch systeem, eerlijkere belastingstelsels en bekritiseren de doorgeschoten marktwerking, deregulering van de financiële sector en bailouts van banken met miljarden aan belastinggeld. Via zowel buitenparlementaire bewegingen (zoals de Occupy-beweging) als binnenparlementaire bewegingen (zoals Bernie Sanders, Jeremy Corbyn, Mélenchon, Podemos en Syriza). Veel mensen doorbreken daarbij de heersende grenzen van het publieke debat en durven (weer) te pleiten voor fundamentelere veranderingen in de economie.

main_600
De Occupy beweging in New York, 2011, een internationale protestbeweging tegen onder andere economische ongelijkheid en de praktijken van de financiële sector. Bron: The Atlantic

In een goed functionerende democratie zou dit ook hebben geleid tot fundamentele economische veranderingen.

Maar zo ver zijn we nog niet. Hoe komen we daar dan wel? Misschien is het een naïef geloof van mijzelf in de volgende oorzaak-gevolg keten:

→ meer mensen verdiepen zich in economische vraagstukken
→ meer mensen willen zich bemoeien met de politiek
→ mensen, bewegingen, organisaties kunnen concretere economische eisen stellen
→ hun invloed in de politiek groeit
→ democratie in de economie

Toch hoop ik daar, met deze kleine blog in dit hoekje van het internet, een bescheiden bijdrage aan te leveren.

Dus heeft deze blog een uitgesproken politiek doel? Ja en nee. Lees verder.

Hoofdvraag

De hoofdvraag die ik op deze blog bespreek luidt in feite: Wat zijn de fundamentele oorzaken van onze grootste sociale, politieke, economische en ecologische problemen (zowel nationaal als internationaal niveau) en wat zijn goede oplossingen?

Hoe wil ik deze beantwoorden? Vooral door kennis van anderen te bespreken, samen te vatten en van eigen commentaar te voorzien. Vandaar de naam Economielinks: je vindt hier veel links naar andere bronnen – zoals economen en andere denkers die veel meer belezen zijn dan ik.

Maar hoe is deze vraag te beantwoorden volgens mij? Het eerste deel van de vraag (“Wat zijn de fundamentele oorzaken…”) is redelijk neutraal te beantwoorden maar het tweede deel (“wat zijn goede oplossingen?”) volgens mij niet, omdat antwoorden hierop altijd politiek gekleurd zullen zijn. Dat leg ik hieronder even uit (en licht ook even eerlijk toe wat mijn eigen politieke kleur is).

Neutraal & pluralistisch

“Ik zou graag willen zien dat we onze diagnose van hedendaagse problemen kunnen scheiden van onze persoonlijke of politieke antipathieën”, zei econoom John Kenneth Galbraith (1908-2006) ooit (in deze lezing).

Ons begrip van de werking van de economie zou volgens mij inderdaad niet bepaald moeten worden door onze politieke voorkeuren en ideologieën. Natuurlijk beïnvloeden onze politieke, morele opvattingen wel welke vragen we stellen, maar in hoe we onze vragen beantwoorden zouden we kunnen en moeten streven naar neutraliteit.

Een voorbeeld om dit toe te lichten. Denk eens aan een belangrijke vraag over de werking van de economie: Hoe komt een land uit een economische crisis? Linkse partijen en denkers betogen regelmatig dat een herverdeling van inkomens een economische crisis kan tegengaan. Simpel gezegd: belast de rijken en geef het aan de armen, of verplicht de rijken hun werknemers een hoger loon te betalen (via een stijging van het minimumloon). Geld komt door deze herverdeling terecht bij lagere inkomensklassen die eerder geneigd zijn dit geld uit te geven aan goederen en diensten (in plaats van het te sparen of te beleggen in schadelijke zeepbellen) waardoor de economische groei en werkgelegenheid zich herstelt. Zo’n beleid komt overeen met de ideeën van econoom John Maynard Keynes (1883 – 1946) en wordt een “Keynesiaans” beleid genoemd.

Echter, op basis van andere economische theorieën kun je betwijfelen of een progressief, Keynesiaans beleid van herverdeling zal leiden tot een economisch herstel, omdat in deze theorieën winst (de winstgevendheid van bedrijven) de grote motor is van de economie. Winsten kunnen juist dalen als gevolg van een Keynesiaanse nivellering, waardoor bedrijven minder zullen investeren en de crisis voortduurt. Dat is een ongemakkelijke boodschap voor progressieven die stellen dat een Keynesiaans beleid niet alleen rechtvaardig is maar ook altijd goed voor de economie en werkgelegenheid.

Wie heeft er gelijk? Het is een lopend debat, dat open, transparant en wetenschappelijk gevoerd zou moeten worden. Waarbij onwelgevallige inzichten niet moeten worden genegeerd wanneer ze niet aansluiten bij onze politieke voorkeuren.

Een pluralistische aanpak lijk mij hierbij essentieel; een analyse waarbij gebruik wordt gemaakt van de grote diversiteit van economische stromingen die de laatste eeuwen zijn ontstaan. Waar de Keynesiaanse economie het beste antwoord biedt, gebruik Keynes, waar de Oostenrijkse school het beste antwoord biedt, gebruik de Oostenrijkers, waar de Marxistische economie nuttige inzichten biedt, gebruik Marx. Waar een combinatie van economische stromingen nuttig lijkt: maak een cocktail.

ECONOMIAS
Zie hier een uitgebreider pleidooi voor pluralisme (verschenen op deze blog).

Dat is overigens ook het standpunt van Rethinking Economics, een internationale beweging van economiestudenten en academici voor meer pluralisme in het economie-onderwijs en -onderzoek, die inmiddels ook een Nederlandse tak heeft (waarbij ik enigszins betrokken ben).

& politiek gekleurd

Maar een vraag als hoe moeten we dit of dat economisch probleem oplossen? is volgens mij onmogelijk neutraal te beantwoorden. Achter vrijwel iedere voorgestelde hervorming (hoe neutraal degene die het voorstelt ook pretendeert te zijn) gaat een bepaald subjectief moreel kader en idealisme schuil. Voor de één is dat het ideaal van het laissez faire vrijemarktkapitalisme, de ander streeft naar een gereguleerd sociaal-democratisch kapitalisme, weer een ander naar een totale planeconomie.

Waar je op deze blog een pleidooi voor een bepaalde oplossing leest, is dit pleidooi ongetwijfeld beïnvloed door mijn eigen (in de woorden van Galbraith) “persoonlijke en politieke antipathieën”.

En wat zijn mijn antipathieën?

Ik beschouw mijzelf als progressief en links. Maar dat kan honderd verschillende dingen betekenen. Om nog specifieker te zijn: Ik streef naar een toekomst waarin mensen gezamenlijk en democratisch onze economieën besturen en welvaart rechtvaardiger (gelijker) verdeeld is (zowel binnen landen als internationaal).

Dat ideaal is volgens mij in strijd met de huidige markteconomie waarin productie en consumptie vooral worden overgelaten aan de chaotische krachten van De Markt en een ondemocratische principe “een euro, een stem”. Morele of ecologische afwegingen spelen in de markt geen centrale rol (wat iedere econoom zal erkennen) en beïnvloeden de economie maar matig. Wat en hoeveel er waarvan geproduceerd en geconsumeerd wordt hangt immers af van de keuzes van investeerders en consumenten die daarbij vooral kijken naar de gevolgen voor winsten en koopkracht. De economie wordt ondertussen maar gedeeltelijk beïnvloed door democratische besluitvorming.

Dat kan anders. Zoals deze vakbondsactivisten hieronder bepleiten: “Meer democratie in de economie”.

663-unilever3

“The economic anarchy of capitalist society as it exists today is, in my opinion, the real source of the evil.” – Albert Einstein (1949)

Met democratie in de economie bedoel ik niet dat we in een referendum mogen stemmen wat het begrotingstekort van de overheid zal zijn, of via een referendum een miljoenennota (de overheidsbegroting voor het jaar) mogen goedkeuren of verwerpen. Dat kan er een onderdeel van zijn, maar een echt democratische economie gaat verder, door bijvoorbeeld ook democratie binnen ons werk in te voeren: een democratische controle van werknemers over de bedrijven waarin ze werken.

Democratische coöperaties in plaats van beursgenoteerde bedrijven. Werknemers die democratisch beslissen over hoe het werk (en inkomen) verdeeld wordt in plaats van de op afstand genomen besluiten van aandeelhouders en CEO’s te moeten volgen. Dat lijkt mij een gezondere, rechtvaardigere basis voor onze economie dan bedrijven waarin top CEO’s 147 keer (in Duitsland) of 354 keer (in de VS) zoveel verdienen als de gemiddelde werknemer (volgens The Washington Post).

Dit is niet alleen mijn idee: zie bijvoorbeeld de argumenten hiervoor van schrijver William Greider (zie zijn hoofdstuk “Work Rules” in zijn boek The Soul of Capitalism, hier gedeeltelijk online) en econoom Richard Wolff die hier campagne voor voert in de VS en inspirerende verhalen van functionerende coöperaties deelt. Of lees hoe Argentijnen hun failliete bedrijven overnamen tijdens een zware economische crisis begin 21e eeuw en (vaak succesvol) democratisch gingen besturen in het boek Sin Patron (2007). Of bekijk Nederlandstalige reportages over al functionerende coöperatieve economieën in Spanje als Mondragon of Marinaleda.

Genoeg voorbeelden die tonen dat democratie op de werkvloer en in de economie in het algemeen kan functioneren.

Het is bovendien geen nieuw idee dat uit de lucht komt vallen. Mensen blijken van oudsher democratisch om te kunnen gaan met “collectieve productiefactoren” (zoals gezamenlijke gronden, bossen of meren), blijkt uit het onderzoek van econome Elinor Ostrom.

We zouden zelfs nog verder kunnen gaan in het democratiseren van de economie dan het invoeren van democratie op de werkvloer. Democratie in de totale economische structuur, waar die momenteel voor een groot deel wordt overgelaten aan de markt van vraag (niet behoefte maar koopkracht) en aanbod.

“You can’t have meaningful political democracy without functioning economic democracy”
– Filosoof/linguist Noam Chomsky

Hoe dan precies? Een belangrijke en moeilijke vraag, waar ook ik geen volledig antwoord op heb. Een vraag waar we vanuit zoveel mogelijk mensen en organisaties over na moeten denken. En dat gebeurt ook al. Zie bijvoorbeeld de ideeën van economen Michael Albert en Robin Hahnel of Seth Ackerman.

Dus. Laten we economische fenomenen neutraal proberen te onderzoeken en verklaren. Maar wanneer we het over wenselijke veranderingen hebben, besef dan dat iedere econoom, ook ik, naar een eigen ideaal aan de horizon kijkt.

Advertenties